Een postpakket bleek de boosdoener. Nadat beveiligingsexperts het pakket behoedzaam hadden geopend, was meteen duidelijk dat er geen sprake was van terrorisme. Het pakket bevatte vier durians, een fruitsoort van Thaise origine. Deze dekselse Duitse durians kwamen echter niet helemaal uit het Verre Oosten, maar uit Nürnberg. Iemand had ze vanuit die stad opgestuurd als cadeau voor een Schweinfurtse kennis.

Niet elke durian is zo duur als die ene die vorig jaar op een Thaise veiling 43.000 euro opbracht, maar ook de minder prijzige exemplaren mogen de titel ‘koning der vruchten’ dragen. Fans zijn het erover eens dat de vrucht ‘smaakt als de hemel en stinkt als de hel’. Dat laatste was in Schweinfurt het probleem. Rotte eieren, de sportsokken van een net gefinishte marathonloper, vlees van vér over de datum: woorden schieten volgens ervaringsdeskundigen tekort om de walgelijke geur van een rijpe durian te omschrijven. In Azië hebben tal van luchtvaartmaatschappijen, openbaarvervoerbedrijven en hotels dan ook de uitdrukkelijke regel dat ze geen mespuntje durianvruchtvlees over de deurdorpel willen hebben.

Wat me bij de vraag brengt: als we in februari een paar durians hadden verstopt in bureauladen van het RIVM, zouden Jaap van Dissel en zijn mensen dan nu, in juli, inmiddels hebben bevestigd dat durians raar ruiken? Ik doel natuurlijk op de eigenzinnige houding die het RIVM heeft aangenomen tijdens deze coronapandemie. Honderden wetenschappers wezen deze week op het belang van goede ventilatie om de kans op corona-misère komende herfst te verkleinen, maar ik vermoed dat het RIVM pas met de kerst gaat beamen dat ventilatie inderdaad een factor van belang is. De zomermaanden lijken toch een geschikt moment, ook in de transportsector, om de ventilatie van gebouwen eens goed tegen het licht te houden. Of er nou een partijtje durians ligt opgeslagen of niet.