De schade aan de truck ligt volgens Allianz, de verzekeraar van de werkgever, op zo’n 116.000 euro. Het bedrijf baseert zich daarbij op diverse expertise-rapporten en vergoedt de schade aan de werkgever, maar vordert die tegelijkertijd van de werknemer.

De kantonrechter geeft tijdens de rechtszaak de chauffeur de gelegenheid voldoende bewijs aan te leveren tegen het vermoeden dat het ongeval is te wijten aan zijn bewuste roekeloosheid, omdat hij wist dat hij onder invloed van alcohol verkeerde en toch is gaan rijden. De chauffeur maakt daarvan geen gebruik.

Hij presenteert daarentegen een rapport van een ingenieur, waarin staat dat het ongeval is gebeurd door het bewegen van de melk in het voertuig in combinatie met een bocht in de weg en de constructie van de oplegger. De eventuele invloed van alcoholgebruik zou daarbij geen rol hebben gespeeld.

De kantonrechter vindt deze gang van zaken niet aannemelijk. Uit een getuigenverklaring volgt immers dat het voertuig al slingerde vóórdat het ongeval plaatsvond en niet dat dit kwam door de melk, door een bocht of door de constructie van het voertuig. De chauffeur is zonder verklaarbare reden op de linkerhelft van de weg terechtgekomen en heeft vervolgens te veel naar rechts gecorrigeerd, waardoor hij met de achterwielen in de berm is gekomen. Hiervoor heeft hij geen goede verklaring gegeven.

Daarom is er voldoende zekerheid dat het ongeval is ontstaan voor het feit dat de rijder onder invloed van alcohol stond, aldus de kantonrechter. Dat is te kwalificeren als bewuste roekeloosheid en betekent dat hij het gevorderde bedrag aan de verzekeraar dient te vergoeden (en hij dit niet voor rekening van de werkgever kan brengen).

De wet bepaalt dat een werknemer die bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst schade toebrengt aan zijn werkgever (of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is gehouden) niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Bewust roekeloos gedrag betekent kort gezegd dat een werknemer van tevoren weet dat de gedraging en de gevolgen daarvan gevaarlijk zijn, maar er desondanks bewust voor kiest daarmee door te gaan.

Uit de uitspraak van de kantonrechter volgt dat een alcoholverslaving doorgaans als ziekte wordt gezien. Dat kan meebrengen dat schade veroorzaakt onder invloed van deze ziekte niet kwalificeert als bewuste roekeloosheid. Is er geen sprake van alcoholverslaving, maar wel van (eenmalig) bovenmatig gebruik van alcohol waardoor schade ontstaat, kan wel sprake zijn van bewuste roekeloosheid. In een dergelijk geval moet een werknemer de door hem veroorzaakte schade vergoeden.

Epke Spijkerman, advocaat