Dat past ook in de huidige tijdsgeest waarin de overheid en het bedrijfsleven steeds vaker samenwerken om tot een juiste belastingheffing te komen op basis van doel en strekking van de wet in plaats van een zo laag mogelijke belastingheffing op basis van de letterlijke uitleg van die wet.

Nu zag ik recent een situatie waarin precies het tegenovergestelde gebeurde. Het betreft de heffing van btw bij de invoer van goederen. Voor degene die daar minder mee bekend zijn, even een korte uitleg. Bij invoer van goederen zijn douanerechten verschuldigd. Die worden in rekening gebracht door middel van een ‘uitnodiging tot betaling’. Dat klinkt heel uitnodigend, maar het is eigenlijk gewoon een belastingaanslag voor de douaneschuld. Bij de invoer van goederen wordt ook btw geheven, die wordt bij invoer geheven als ware het een recht bij invoer. Dus de uitnodiging tot betaling vermeldt zowel douanerechten als btw bij invoer als douaneschuld. Die btw bij invoer is een veelbesproken punt. Met een algemeen tarief van 21% kan het bedrag aan btw bij invoer snel oplopen, terwijl bedrijven die btw vaak in aftrek kunnen brengen. Omdat dan per saldo geen btw verschuldigd is, kan in Nederland de btw worden ‘verlegd’ naar de aangifte. Dan hoef je die btw bij invoer niet voor te financieren en later weer af te trekken. Je betaalt en trekt de btw bij invoer middels de btw-aangifte op hetzelfde moment af. Het heeft dus geen impact op je cashflow-positie. Dat werkt goed en is een prima manier om samen te werken met het bedrijfsleven en onnodige belastingbetalingen en -teruggaven te voorkomen.

Terug naar mijn voorbeeld. Een importeur heeft goederen ingevoerd waarop 0% douanerechten waren verschuldigd. Deze importeur had volledig recht op btw-aftrek, dus de feitelijke belastingdruk was 0. Nu is er per abuis gebruikgemaakt van de verleggingsregeling en had de btw moeten worden betaald middels de uitnodiging tot betaling en vervolgens moeten worden teruggevraagd. Per saldo nog steeds een belastingschuld van 0, met als verschil dat het eerst moest worden betaald en vervolgens worden teruggevraagd. Dus cashflow-nadeel. Weliswaar voor een maand, maar toch.

Wat is nu het opmerkelijke? De Douane wil nu met terugwerkende kracht een uitnodiging tot betaling sturen voor de ontstane douaneschuld. Dat is vreemd, omdat de douanerechten 0 zijn en de btw bij invoer direct weer in aftrek zou worden gebracht. Dus per saldo is er geen schuld. De achterliggende reden blijkt de rente te zijn. De Douane wil een astronomisch bedrag aan rente op achterstallen heffen op de niet-geheven douaneschuld over de gehele periode vanaf het moment dat de fout is gemaakt tot vandaag. Het feit dat per saldo geen douanerechten en btw bij invoer verschuldigd zijn, schuift de douane terzijde. Ook dat de btw bij invoer direct weer in aftrek kon worden gebracht en hooguit een maand rente zou zijn verschuldigd, schuift de douane terzijde. Rente is rente. Ik stelde de vraag of het redelijk is om zo’n groot bedrag aan rente te heffen wanneer de belastingschuld per saldo 0 is? En hoe verhoudt zich dat met doel en strekking van de rente op achterstallen? Het rente-nadeel is toch hooguit 1 maand en niet 5 jaar? Het antwoord dat ik kreeg was: ‘Ja meneer, dat zal wel zo zijn, maar zo staat het nou eenmaal in de wet’. Tot zover de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven.

Raoul Ramautarsing, consultant