Want, dit moet nu maar eens hardop gezegd, de zorgsector weet mensen steeds beter lang in leven te houden, maar is in wezen één van de minst productieve sectoren in de gehele economie. Wat deze sector produceert is een alleen maar toenemende voorraad productiemiddelen waarvan de economische afschrijvingstermijn allang is verstreken. De technische dikwijls ook.

Dat klinkt hard, maar zie de feiten onder ogen. Als een machine uitvalt door een defect radertje of een versleten IT-systeem rukt een leger van monteurs uit om het euvel te verhelpen. Als een vitale werkende een been breekt, is er ons alles aan gelegen deze werkkracht weer snel beschikbaar te krijgen. Deze persoon moet weer in staat worden gesteld al zijn/haar vaardigheden ten toon te spreiden. Dat heeft een direct economisch nut, al was het maar om de hele machinerie van inkomensoverdrachten, veiligheid op straat, investeringen in infrastructuur en… het zorgsysteem zelf te laten doordraaien.

Dit nut is aanvechtbaar zodra het productiemiddel wordt afgedankt. Zeker, een vrolijke oma van negentig, die haar klein- en achterkleinkinderen nog kinderversjes van lang geleden kan leren of bijvoorbeeld een kritische exegese van het boek Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer weet op te lepelen, is van onschatbare menselijke en maatschappelijke waarde. De realiteit is helaas vaak een andere.

Veel oma’s en opa’s, hun leuke kindertijd en volwassenheid ver voorbij, hun levensgezel al vele jaren kwijt, verkommeren in verpleeghuizen achter de geraniums. Ze worden in stand gehouden door een machinerie aan dokters en verzorgers, die meestal alleen tijd hebben voor wat in het Duits zo treffend ‘Kurieren am Symptom’ heet: onderzoekje zus, pilletje zo. Hun existentiële droefheid wordt bestreden door een leger aan psychologen. Als het onvermijdelijke einde ‘toch nog onverwacht’ komt, staat een schare aan uitvaartbedrijven gereed, met koffie en cake.

De cijfers voor de middellange termijn die het Planbureau ons nu te lezen geeft, zullen nauwelijks iemand verrassen. Er komt voor de burger geen koopkracht bij, want alle extra arbeidsproductiviteit gaat naar de zorg. Dat is het logische gevolg van de vergrijzing, van de actuariële ontwrichting van de demografische levensboom, die langzamerhand op zijn kop gaat staan.