De werknemer is op 27 februari 2019 voor bepaalde tijd in dienst getreden als chauffeur. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen van toepassing is. In de cao staat onder meer: Indien bij de aanstelling van de werknemer een proeftijd wordt bedongen, dient zulks op straffe van nietigheid schriftelijk vóór de indiensttreding aan de betrokken werknemer te worden medegedeeld.

Op 27 februari 2019 is de werknemer begonnen met zijn werkzaamheden. Daarna heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst aan de werknemer toegestuurd, met daarin een proeftijd van een maand. De werknemer heeft deze op 11 maart 2019 ondertekend. Op 21 maart 2019 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst per direct opgezegd. De werknemer heeft vervolgens laten weten niet akkoord te gaan met de opzegging, omdat geen sprake is van een proeftijd. Hij vordert onder meer vernietiging van het ontslag, wedertewerkstelling en salaris.

De rechter stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat de cao van toepassing is. In de cao is een extra eis opgenomen met betrekking tot de proeftijd. Het betreft een afwijking in het voordeel van de werknemer en dat is toegestaan. Dat betekent dat als een proeftijd wordt overeengekomen de werkgever de werknemer hierover schriftelijk moet informeren vóór het moment van indiensttreding. De werkgever heeft zich niet aan dit voorschrift in de cao heeft gehouden. De stelling van de werkgever, onder meer inhoudende dat de werknemer wist onder welke voorwaarden hij de arbeidsovereenkomst was aangegaan, hij de arbeidsovereenkomst voor akkoord heeft ondertekend en mondeling aan de werknemer zou zijn toegezegd dat een proeftijd zou gelden, maakt dit niet anders. De conclusie is dat geen proeftijd is overeengekomen. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is dus niet rechtsgeldig en de kantonrechter wijst het verzoek tot vernietiging van deze opzegging, wedertewerkstelling en salaris daarom toe.

In de wet staat dat een proeftijd schriftelijk moet worden overeengekomen. De ratio hiervan is dat een werknemer zich bewust moet zijn van de eventuele ingrijpende gevolgen van een proeftijd, te weten beëindiging van de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang. De wet bepaalt ook dat de proeftijd moet worden overeengekomen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst.

In de cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen is een aanvullende eis opgenomen: indien bij de aanstelling van de werknemer een proeftijd wordt bedongen, moet deze schriftelijk vóór de indiensttreding aan de betrokken werknemer worden medegedeeld. Het is voor een werkgever dus raadzaam om een door de werknemer voor akkoord ondertekende arbeidsovereenkomst retour te hebben, voordat de werknemer daadwerkelijk aan de slag gaat. Anders bestaat de kans dat de arbeidsovereenkomst niet zomaar kan worden opgezegd en dat voorafgaande toestemming van UWV of schriftelijke instemming van de werknemer nodig is.