Toe maar, braaf maar. Ik kan er even niet mee zitten. Martine Bijl is dood. Dat de makelaar uit Schagen nog gewoon zaken blijft doen – dat mag zo zijn, want zo gaat het meestal met makelaars. Dat Heel Holland blijft bakken, danken we aan André van Duin, de volslanke Janny van der Heijden en de gezellige patissier Robèrt van Beckhoven.

Dat een Amsterdamse havenwethouder er in de ogen van de ORAM niets van bakt, zou je kunnen verbazen. Je zou je mogen afvragen hoe de heer Kock – sorry voor de woordspeling – ertoe kan besluiten om delen van het havengebied een bestemming voor de woningbouw te geven. Misschien komt dit door de toenemende woningnood in de hoofdstad en omgeving, waar een konijnenhok tegenwoordig al op drie ton komt. Dit is in wezen geen doordenkertje, behalve kennelijk voor ondernemersorganisaties die fulmineren tegen de ondermijning van ‘het zelfstandige havenbedrijf’ en de toewijzing van haventerreinen aan de woningbouw.

Heel wat haventerreinen in dit land zijn toe aan herinrichting en gevestigde havenbedrijven zullen daarbij een veer moeten laten. Hun activiteiten kunnen, voorzover ze al niet ‘Probo Koala’-gerelateerd zijn en dus feitelijk verboden zouden moeten worden, rustig worden verplaatst om plaats te maken voor andere stadsuitbreiding. Dat daar vaak weer planologische koekebakkers mee aan de haal gaan, dat weet ik ook wel. Heel wat Vinex-misbaksels getuigen ervan. Nederland wordt ermee overwoekerd en je hoort er meestal weinig ondernemersorganisaties over.

Ik zou me over de hele zaak ORAM-Kock misschien niet zo hebben opgewonden, als het hier niet een klassiek geval betrof van korte- versus langetermijndenken. Het is van geen enkel belang of de havenbeheerder van Amsterdam (en omgeving) zelfstandig is, dan wel een onderdeel van de overheid. Wie zich met zulke zaken bezighoudt, verspilt zijn tijd op aarde en houdt anderen maar af van de essentie. Zo is bijvoorbeeld Martine Bijl een weekje geleden dood gegaan.