De werknemer, geboren in 1985, is op 1 september 2017 voor de duur van zes maanden in dienst getreden bij zijn werkgever als koerier, met een salaris van 1.600 euro bruto per maand. De werkgever heeft de werknemer op 17 december 2017 via WhatsApp op staande voet ontslagen. Het ontslag is in een brief van 18 december 2017 bevestigd. In de brief staat onder meer het volgende: ‘De reden voor dit ontslag zijn, zoals wij u ook op 17 december 2017 hebben meegedeeld: Intimidatie van directie, chanteren van het bedrijf, het gebruiken van (soft)drugs vooraf en tijdens het werk, bedreigen van andere collega’s en het bedreigen van de directeur/eigenaar van het bedrijf.’

De koerier verzoekt de rechter vervolgens het ontslag op staande voet te vernietigen en de werkgever te veroordelen tot doorbetaling van zijn salaris. De rechter wijst dit verzoek af.

De rechter vindt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De door de werknemer in diverse WhatsApp-berichten geuite bedreigingen zijn dusdanig ernstig dat van de werkgever niet langer gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De werknemer heeft, in zeer korte tijd, niet alleen zijn werkgever, maar ook een collega en een medewerker van een leasemaatschappij met geweld (het breken van zijn neus) bedreigd. De rechter is van oordeel dat de hoeveelheid en de omvang van de berichten en de gebruikte bewoordingen in toenemende mate bedreigend en intimiderend waren en dat goed voorstelbaar is dat onder die omstandigheden geen persoonlijk gesprek meer heeft plaatsgevonden. Vooral de berichten waarin wordt gesproken over ‘I finfih You’ en ‘That is your option if you don wana more probmem for your life’ en ‘watch out believe me watch out’ zijn als een rechtstreekse bedreiging aan het adres van de werkgever te beschouwen.

Namens de werknemer is aangevoerd dat de werkgever weigerde het salaris van november te betalen en dat de berichten in die context moeten worden gezien. De rechter ziet dat in het geheel niet als een rechtvaardiging. Evenmin kan als reden dienen dat het volgens de werknemer gebruikelijk is om op deze wijze te communiceren in de koerierswereld. De werknemer miskent daarmee de ernst van zijn eigen handelen. De aanhoudende dreigende taal, gericht tegen zijn werkgever, een collega en een derde leverde een dringende reden op voor de werkgever om op 17 december 2017 de arbeidsovereenkomst per direct op te zeggen. Het verzoek van de werknemer om vernietiging van dat ontslag wordt dan ook afgewezen. Dat betekent dat er na 17 december geen loonbetalingsverplichting meer bestaat.

Bij ontslag op staande voet eindigt de arbeidsovereenkomst per direct, er wordt geen opzegtermijn in acht genomen. Evenmin wordt een ontslagvergoeding betaald. Een werknemer die het niet eens is met dit ontslag, dient binnen twee maanden een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank en de rechter te vragen het ontslag te vernietigen of een billijke vergoeding toe te kennen.

In bovenstaande zaak wordt het verzoek van de werknemer om het ontslag te vernietigen, door de rechter afgewezen. Naar het oordeel van de rechter is de werknemer veel te ver gegaan in zijn gedrag, in het bijzonder zijn WhatsApp-berichten en rechtvaardigt dit grensoverschrijdend gedrag een ontslag met onmiddellijke ingang. Een terechte beslissing, lijkt me.

Epke Spijkerman is advocaat en partner bij Dentons Boekel en gespecialiseerd in arbeidsrecht.