Deze vervoerder krijgt begin september 2013 de opdracht van een zeer bekend warenhuis, vanwege een geplande actie om een aantal zendingen textiel te Istanbul te laden. De waarde van deze zendingen bedraagt ongeveer
200.000 euro.

In opdracht van de Nederlandse vervoerder worden deze zendingen geladen en vertrekt men richting Nederland.
Kort na het vertrek van de vrachtwagencombinaties krijgt de vervoerder van zijn Turkse agent het bericht, dat deze niet van plan is de partijen textiel uit leveren, alvorens de openstaande rekeningen ten bedrage van 60.000 euro voldaan zijn. De directie van de vervoerder verblijft in het buitenland en in het vuur van de strijd wordt op afstand besloten het gevraagde bedrag over te maken.

Wanneer later het een en ander nader wordt bezien, blijkt dat in het gevraagde bedrag een bedrag van 25.000 euro is opgenomen, waarover een dispuut bestaat. De vervoerder schakelt zijn huisadvocaat in en deze weet beslag te leggen op één van de combinaties van zijn Turkse ‘partner’ en eist daarna het bedrag van 25.000 euro terug.
Dit leidt niet tot het resultaat waarop men had gerekend en het geschil loopt hoog en de zendingen textiel worden niet uitgeleverd. Deze zaak wordt dan pas gemeld door de vervoerder onder zijn vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering.

De verzekeraars benoemen een expert, die met dit probleem aan de slag gaat en contact opneemt met de Turkse
agent. Deze laat de expert weten inmiddels extra te kosten te hebben gemaakt voor onder andere wachturen en het mislopen van vracht en stelt zijn eisen bij en eist een bedrag hiervoor van ruim 10.000 euro! Waar de zendingen textiel op dat moment zijn is een raadsel.

Over de wijze van betaling en waar men elkaar zal treffen voor een gesprek ontstaat dan ook nog onenigheid tussen partijen. Wat dan wel in de loop van de tijd duidelijk is geworden, dat de zendingen textiel op een onbekende plaats in Duitsland zijn gelost. Partijen komen na veel problemen tot een vergelijk en de expert wordt met het geëiste bedrag in contanten op pad gestuurd en deze zal het geld overhandigen aan een contactpersoon van de Turkse agent, in ruil voor de plaats van opslag van het textiel.

Het plan wordt dienovereenkomstig uitgevoerd en de plaats van opslag wordt bekend gemaakt. De expert meldt zich daar, maar tot zijn schrik blijkt dat de opslaghouder de zendingen niet vrij mag geven op grond van instructies van de Turkse agent, die te kennen geeft nog eens 5.000 euro extra te willen ontvangen.

In overleg met allerlei juristen en ten einde de deadline te halen van het warenhuis alsmede verdere claims te voorkomen wordt hiermede ingestemd en na betaling hiervan worden de zendingen vrijgegeven en loopt het toch nog met een ‘sisser’ af.

Cor van Maurik