Dat blijkt geen eenvoudige opgave want de ontvanger wil wel de zending beschikbaar stellen, maar verder geen enkele bemoeienis te willen hebben met het terugleveren van deze zending.

Een en ander doet vermoeden dat deze zending in Turkmenistan is ingevoerd zonder gebruik te maken van de officiële kanalen. Waarschijnlijk dacht de verkeerde ontvanger ten onrechte hier een ‘slaatje uit te kunnen slaan’. Er wordt van alles onderzocht en geprobeerd, maar het blijkt onmogelijk de zending weer uit Turkmenistan te krijgen. Die moet door de ladingbelanghebbende dan ook als verloren worden beschouwd.

De expediteur wordt door de ladingbelanghebbende voor de schade, ongeveer 250.000 US dollar, aansprakelijk gehouden. De transportverzekering van de ladingbelanghebbende blijkt geen dekking voor dit soort schade te bieden. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de ladingbelanghebbende een grote professionele organisatie is met zelfs een eigen juridische afdeling.

Tussen de partijen in deze, die al vele jaren met elkaar samenwerken, blijken de Fenex Condities van 1 juli 2004 van toepassing te zijn. De expediteur beroept zich, na overleg, uiteindelijk op de beperking van 10.000 SDR in dit geval, hetgeen neerkomt op ongeveer 11.500 euro.

Het blijft dan van de zijde van de ladingbelanghebbende een lange tijd stil en deze meldt zich pas weer in de zomer van 2013 bij de expediteur met het vriendelijke doch dringende verzoek de volledige schade te voldoen.

De expediteur zal nogmaals dienen te verwijzen naar de van toepassing zijnde Fenex Condities van 1 juli 2004. Voor de ladingbelanghebbende is er in de tussentijd, door zijn stilzwijgen en laten we maar zeggen zijn zeer afwachtende houding in deze zaak een ander probleem ontstaan. Want, artikel 21 lid 1 van de voormelde Fenex Condities bepaalt onder andere dat een vordering, zoals in deze zaak het geval is, verjaart na negen maanden, terwijl artikel 21 lid 2 bepaalt dat elke vordering jegens de expediteur vervalt door het enkele verloop van 18 maanden.

De ladingbelanghebbende heeft in deze zaak verzaakt uitstel van verjaring te vragen bij de expediteur en vist daardoor, ondanks de beperkte aansprakelijkheid van de expediteur achter het net. De conclusie is, dat de ladingbelanghebbende in deze zaak niet goed op de inhoud en strekking van de van toepassing zijnde voorwaarden heeft gelet.

Cor van Maurik