De moeilijkheden waaronder veel kleine ondernemers in de bedrijfstak gebukt gaan, hebben ze over zichzelf afgeroepen door overmatig te investeren in vaak groter materieel. Banken verstrekten daarvoor, toen de economische crisis nog niet was uitgebroken, gretig het kapitaal in de vorm van hoge hypothecaire kredieten. Ze zijn daarmee net zo het schip ingegaan als de varende ondernemers zelf. Een ondernemer laten failleren, is onaantrekkelijk omdat het schip tegen een lage prijs terugkeert in een oververzadigde markt.

Door de lange technische leeftijd van het varend materieel is de binnenvaart veel minder in staat tot ‘zelfreinigend vermogen’ dan bijvoorbeeld het wegvervoer. Om te beginnen aarzelen financiers veel minder om een in nood verkerende wegvervoeronderneming failliet te doen verklaren. Diens materieel zal niet zelden aan het einde van zijn economische leeftijd verkeren en er zullen dus minder snel kopers voor worden gevonden. In het wegvervoer vindt nu wel een pijnlijke sanering plaats, maar als de economie eindelijk een beetje wil aantrekken, is er voor die branche licht aan het eind van de tunnel.

Daarbij komt in het wegvervoer het effect van de Euro-milieunormen. Die zorgen ervoor dat om de zoveel tijd ouder materieel uit de markt wordt genomen. Soms zal een ondernemer dan besluiten een deel van zijn, inmiddels, versleten voertuigen niet door nieuwe te vervangen, gelet op de marktomstandigheden van dat moment. Dat zet een demper op de capaciteitsontwikkeling die de binnenvaart eigenlijk niet kent. Een ‘geretrofit’ binnenschip blijft immers nog jaren, soms decennia, in de markt.

De aard van de binnenvaartcrisis is een andere dan die van de crisis in het wegvervoer. De laatste wordt door toenemende buitenlandse concurrentie veroorzaakt in combinatie met een zwakke binnenlandse markt. In de binnenvaart hebben we te maken met een onvervalste ‘varkenscyclus’, waar bedrijven op eigen kracht niet onderuit weten te komen. In zo’n geval is hulp van buiten nodig. Dat Schultz daar samen met België op aanstuurt, is begrijpelijk.

Voor de verlader is gereguleerde capaciteitsvermindering op het eerste gezicht weinig aantrekkelijk, aangezien het doel daarvan is dat de vrachtprijzen aantrekken. Tegelijk is dit echter in het behoud van deze voor steeds meer verladers onmisbare bedrijfstak.

Folkert NIcolai