De Amsterdamse havenautoriteit verzelfstandigd! Nu zou die nieuwe, grote zeesluis er wel binnen een jaar komen. Ineens verdrongen reders zich voor die resterende containerkranen op de ACT-terminal. Failliet gegane havenbedrijven richtten zich uit de dood op en overal over de Amsterdamse kaden en grachten, tot boven het IJ aan toe, verspreidde zich de opwekkende geur van chocolade.

Het vervelendste is de ophef die over dit soort politieke processen wordt gemaakt. Jarenlang mag elk raadslid, ook al zou hij/zij binnen zijn fractie eerder over de openingstijden van winkels of het hondenpoepvraagstuk gaan, meepraten over de toekomst van de haven. Over de principiële vraag of een verzelfstandiging wel strookt met het partijprogram. Over de hoogte van de beloning, inclusief bonussen, van de toekomstige bestuurders.

Dat is weliswaar reuze democratisch, en zo moet het ook bij besluitvorming over een nog niet verzelfstandigd publiek orgaan. Maar meestal voegt het weinig toe aan een op zich ook al vrij zinloze discussie over de vraag of verzelfstandiging een zegenrijke schrede naar de toekomst is, dan wel een wankel stapje achteruit.

Dat aan die discussie nu voorlopig een einde komt, is het echte ‘Dit Helpt De Wereld Geweldig Vooruit’-moment. We vieren even feest over dit fantastische besluit. Als de laatste bitterbal achter de knopen zit, de laatste prikwijn via de gemeentelijke retirades in de Noord-Zuidlijn is gesijpeld, kunnen we overgaan tot de orde van de dag. Die is vrij overzichtelijk. Er moeten klanten worden geacquireerd voor de haven. Er moeten meer goederen beter worden overgeslagen. En inderdaad, er moet een nieuwe zeesluis komen. Of dat gebeurt onder een publieke havenbeheerder of een Zelfstandig Havenbedrijf maakt echt helemaal niets uit.

Folkert Nicolai