In de planfase kunnen we er onze collectieve Gebroeders Das-fantasie nog op loslaten, zoals minvermogenden verlekkerd kunnen staren naar de Jaguar-showroom. Daarna komen de rekenaars aan bod die het project te duur vinden, de economen die het maatschappelijk rendement te laag achten, de politici die het project voor even ‘controversieel’ verklaren, de inspraakgerechtigde ‘omwonenden’, de milieubeweging, de Raad van State en eventueel het zeggekorfslakje.

Als projecten de planfase eindelijk verlaten, komt er vaak ruzie tussen de planners van het eerste uur, zoals in het geval van de Tweede Maasvlakte. De aardigheid is er dan al bijna weer van af. Is het project gerealiseerd, dan overheerst de kater. Die dure Betuwelijn trekt veel te weinig goederentreinen en het laatste stukje, in Duitsland, staat nog op de tekentafel. Evengoed rijden al die treinen maar mooi niet meer over het gemengde spoor.

Straks gaat diep onder het Gotthard-massief de nieuwe tunnel open, een project van Europese allure dat wël een concrete spoorlijn werd. Maar je hoort het de Zwitsers al zeggen. Waarom rijden er nog steeds zoveel vrachtauto’s door onze mooie Alpen? Nieuwe stukjes infra helpen Europa niet ineens van zijn verkeerskoliek af. Daarvoor is het hele TEN-T-netwerk nodig, en daarvoor is er even niet genoeg geld.

Maar waarom eigenlijk niet? De Europese bouwnijverheid kreunt onder een gebrek aan werk. En juist dat TEN-T-netwerk, dat infra netjes over het werelddeel verdeelt, leent zich perfect voor die door sommigen vermaledijde Eurobonds. Op die manier kunnen we goed geld naar goed geld smijten in plaats van naar verrotte banken, die het alleen maar in bonussen omzetten. We hebben een project, wir haben ein Projekt, we have a project, on a un projet en zo verder, en het heet Europa.

Folkert Nicolai