Tenzij de nette middenpartijen in het parlement ‘over hun schaduwen heenspringen’, zoals zulks in Haags jargon heet, dreigt Nederland midden in crisistijd te belanden in een besluiteloosheid die aan de Republiek van Weimar herinnert. Anderhalf jaar, dus nog betrekkelijk lang, heeft het moeten duren voor de gedoogconstructie onder het kabinet wegviel. Nu gebeurt dat alsnog, op het slechtst denkbare ogenblik.

Inmiddels is de verkiezingscampagne al op gang gekomen. PvdA en SP schalen hun electorale territoriumstrijd wat verder op, terwijl Geert aan de zijlijn ons nog eens de Poolse invasie, de salafistische infiltratie en de dictaten van Brussel onder de neus wrijft. Ouderen, opgepast voor een canvassende Wilders die bij uw huisdeur aanbelt. Laat u, zelfs al liggen de muizen dood voor uw provisiekast, niet tot de ratten bekeren.

Misschien zullen de jongste, beschamende ontwikkelingen in onze Nederlandse polder niet meteen zijn doorgedrongen tot de rest van het werelddeel. In Frankrijk vond immers de eerste ronde van de presidentsverkiezingen plaats. Die zijn, ook al verschillen de hoofdkandidaten Sarkozy en Hollande nauwelijks van mening over Europa, net even belangrijker dan de populistische schermutselingen in een zompig buitengewest van Duitsland dat zich, eigenlijk al sinds de erfoorlog over het politieke ‘gedachtengoed’ van Pim Fortuyn uitbrak, in de ogen van menige mede-Europeaan volslagen belachelijk maakt.

De komende maanden, in de aanloop naar het periodieke feest van de democratie, zullen we getuige zijn van de gebruikelijke Haagse partijpolitieke taferelen. Er moet worden gegrabbeld in het ‘pakket’, er worden elementjes uit gehaald en nieuwe elementjes toegevoegd. Er rolt een begroting uit die, à la Belgique, net een voldoendetje scoort in de ogen van de ‘Brusselse bureaucraten’. De polsstok heeft ons net over de sloot geholpen. Nog zes sloten te gaan.

Folkert Nicolai