Het was voor het eerst in vele jaren dat in Rotterdam van een containerschip de eerste afvaart mocht worden begroet. En dan maar van zo’n klein bootje. Want wat een decennium geleden tot de grootste in z’n soort mocht worden gerekend, is nu slechts goed voor de helft van de capaciteit van de echte reuzen die de wereldzeeën bevaren. Het leek haast een belediging voor de grootste containerhaven van Europa.

Maar zo was het helemaal niet bedoeld en als je even doordenkt, besef je ook dat Hamburg Süd met deze ‘Brazilië-max’ een goede zet doet op het schaakbord van de containerlijnvaart. Zuid-Amerika maakt een ongekende economische opgang mee, maar de havens van dit continent zijn op schepen van de categorie Malakka-max nog niet berekend. Er wordt daar wel flink gebaggerd, maar voorlopig heeft de ‘Santa Teresa’, met 13,5 meter diepgang, een aanzienlijke voorsprong. Er kunnen meer containers mee: schaalvergroting. En er kunnen meer havens direct worden aangelopen: concurrentievoordeel.

Terwijl de Azië-reders zich suf hebben geïnvesteerd in Emma Maersk-achtige overcapaciteit, stak de tweede rederij van Hamburg haar geld in een marktniche. Nog vele jaren zal de ‘Santa Teresa’ lucratief pendelen tussen onze contreien en Zuid-Amerika, met containers van andere reders die graag van deze dienst gebruikmaken. Hun aanwezigheid aan boord had Hamburg Süd niet zo krampachtig moeten verstoppen. Is het niet veel aardiger je concurrenten ook eens als nvocc’s te ontmaskeren?

Toen de plechtigheid was afgelopen, liet de ‘Santa Teresa’ zich gewillig naar de Noordzee begeleiden. Ooit, als Zuid-Amerika zijn havens op diepte heeft, zal ze in andere diensten worden ingezet. Nog steeds een mooie boot, zij het knalrood.

Folkert Nicolai