Maar er is een nieuwe proleterigheid Rotterdam in geslopen. De gezellige wereldhaven kwam voor een belangrijk deel in wereldhanden en er trekken nu Aziaten en Denen aan de touwtjes van de containeroverslag. Die partijen zijn best bereid elkaar over de tafel te halen en bij voorbaat voor de kadi te slepen uit vrees straks een handjevol honderden miljoenen verlies te lijden omdat hun het aloude spelletje uit handen is geslagen. Nu wordt over hun lokale hoofden heen gestreden door lui uit Singapore, Kopenhagen en daaromtrent.

De dames dragen nu ook kunstbontjassen. Maar dat is immers veel diervriendelijker en duurzamer, en welbeschouwd zie je er tegenwoordig niks van.

Het begrip concurrentie heeft in Rotterdam nooit veel inhoud gehad. Goed, je zat achter elkanders klanten aan, haalde een ‘ladingpakket’ binnen en was ook wel eens zo’n pakket weer kwijt. Het saldo viel aan het einde van het jaar wel mee. Misschien niet altijd genoeg voor een Ferrari, maar een nieuwe Jaguar kon er nog wel van af.

De tijden zijn veranderd. Rotterdam, die wereldhaven, maakt nu deel uit van een globaal netwerk, waarin de spelers elkaar niets meer gunnen, maar alleen afrekenen op competentie. Op dat punt hoeft Rotterdam voor andere havens niet onder te doen. Het probleem vormen de ‘old boys’, wier ego’s het in de weg staan zich in de nieuwe wereldordening te schikken.

Van de Noord-Duitse havens valt weinig te vrezen. Zeker zal Wilhelmshaven deepsealading afsnoepen maar daar komt als de economie weer aantrekt, genoeg voor terug. Het meest moet Rotterdam zijn eigen oude reflexen duchten. We zijn allang niet meer de grootste, we moeten de beste zijn.

Folkert Nicolai