Dit is in de chauffeurswereld slecht gevallen. Zo is het eten aan boord van de vrachtferry’s waarmee zij de oversteek wagen, ‘niet te eten’, zoals een boze chauffeur op een truckersweb laat weten. Het wordt te warm of te koud geserveerd en is vooral veel te Engels.

Ik zie het voor me. Elke week wel die fish and chips, afgewisseld met stake and kidney pie, bangers and mash en op hoogtijdagen roastbeef and carrots, vers uit blik. Dit alles toebereid door koks die desgevraagd bijna zeker weten dat Jamie Oliver de spits van Sunderland is.

De Nederlandse chauffeur moet dit natuurlijk niet. Die prefereert ganzenlever met gewelde pruimen vooraf, of een bisque d’homard, gevolgd door een sorbet van morieljes met room en truffel, waarna een herte- of struisvogeltournedos met aardbeiencoulis als hoofdgerecht en crêpes Suzette als waardige afsluiting.

In noodgeval eet hij van zijn ‘nachtvergoeding’ wel op het continent, bij een favoriete ‘Routiers’. Dan komt er nasi goreng met saté, een uitsmijter van vier eieren, een Beef Stroganoff of een aangekleed broodje bal ter tafel. Nog weer andere beroepsgenoten krijgen van moeder de vrouw een flinke zak boterhammen mee en halen de schade thuis wel in. Zo houd je een flink deel van die ‘nachtvergoeding’ over als zuiver loon.

De werkgevers hebben het dus niet eens zo slecht voor met hun chauffeurs. Maar als ik onderhandelaar van één van de chauffeursvakbonden zou zijn, zou ik het wel weten. Een stevig tegenvoorstel, een reusachtige gevarenpremie van – zeg – twee ‘nachtvergoedingen’. Die ferry’s zijn dan misschien wel veiliger dan luxueuze cruiseschepen, ze vallen zoals bekend ook bij bosjes om in het zicht van de haven. Vooruit, heren werkgevers, blijf van die vergoeding voor je Engelandvaarders af. Het kan hun laatste maaltje zijn.

Folkert Nicolai