Het standpunt van de VERN, de club van kleine wegvervoersondernemingen die Klaas uit onze weerbarstige klei heeft geboetseerd, is gemakkelijk te begrijpen. Goedkope Oost-Europeanen voeren, vaak ook in dienst of opdracht van West-Europese bedrijven, steeds meer ritten uit in onze contreien. Ze caboteren bovendien naar hartelust en ze raggen ons prachtige fluisterasfalt kapot zonder een cent aan het herstel mee te betalen. Al dan niet illegaal, want niet zelden is sprake van schimmige uitzendconstructies en postbusbedrijven in Poolse steden met onuitsprekelijke namen, waarmee zoveel mogelijk voordelige handjes aan het stuur worden ingehuurd. Mazen in de wet worden altijd wel ontdekt en op dat moment ontstaat een soort ‘wormhole’, die ons in dit prozaïsche geval niet zozeer in staat stelt sneller dan het licht te reizen, als wel goedkoper vervoer per eenheid lading aan te bieden.

Je wilt, met Klaas, ook wel geloven dat de Nederlandse chauffeur tot de beste ter wereld behoort. Waarom hij/zij zo schaars wordt, ligt aan het feit dat voor deze beroepsmensen weinig wordt betaald in vergelijking met soortgelijke beroepsgroepen. Juist nu speelt die schaarste ons parten, omdat West-Europa wordt vergeven van de producten uit andere werelddelen, die liefst just-in-time onze consumenten moeten bereiken. Spullen die wij voor die prijs even niet meer zelf kunnen maken.

We hebben dus uiterst voordelige Chinezen en Indiërs die onze Zeemannen en Wibra’s beleveren. Daar horen we de VERN niet over, zelfs niet als hun productiemethoden met ernstige inbreuken op onze arbeidsethische beginselen gepaard zouden gaan. De toenemende wereldwelvaart is zelfs een zegen voor de Europese vervoerssector. Maar als de Polen daarin een groter aandeel opeisen, rept de VERN vooral over misstanden. Het hemd is altijd nader dan de rok.

Folkert Nicolai