Je mag vermoeden dat we, eenmaal op Mars, archeologische vondsten opgraven die duidelijk maken dat er in een grijs verleden ontwikkeld leven is geweest. Misschien zelfs beschavingen vergelijkbaar met de Maya’s, uitgeroeid door natuurgeweld en, met gebouwen en al, kalmpjes onder een kilometers dikke stoflaag geploegd. Zo’n proces hoeft maar een paarhonderd miljoen jaar te duren. Maar veel hebben we verder op Mars niet te zoeken, evenmin als op alle Nutsen, Twixen en Bounty’s die we nu van een afstandje van luttele lichtjaren of minder aan het ‘exploreren’ zijn.

Toch maar de Aarde dan? Daar is veel voor te zeggen. We zijn hier van alle gemakken voorzien. De Zon staat net niet te dichtbij en net niet te veraf. Er is in potentie genoeg land en zee om alle acht miljard wereldburgers en hun huis- en tuindieren mee te voeden. We hebben planten die dol zijn op CO2. En over dertig, veertig jaar zijn we van onze olieverslaving af, eenvoudig omdat de voorraad daarvan opraakt. Over twintig jaar al rijdt u echt niet meer op benzine of diesel. U eet ook minder vlees, maar wel veel lekkerder.

Er zijn wel wat ‘minor challenges’, om maar eens een paar flinke bedreigingen te noemen. De aanstaande uitbarstingen van supervulkanen, de magnetische ompoling van de planeet, die al een aantal honderdduizenden jaren op zich laat wachten, de enorme breuklijnen tussen onze continenten, die ene op ons af suizende planetoïde. Maar op Mars heb je dat ook. Een kijkje nemen kan, verhuizen is onzin.

Folkert Nicolai