De volgende zaken worden aangestipt:
– ketens worden complexer
– containerisatie van internationale transporten en hiermee samenhangend een groter belang van intermodale inland hubs
– de rol van informatietechnologie neemt verder toe, van ‘eens bellen’ naar ‘24 uur online sharen’
– de concurrentie tussen vervoerders is moordend, er dreigt bovendien een tekort aan chauffeurs
– steeds meer regelgeving (venstertijden, privilegebeleid, inzet schone voertuigen). Dit zal leiden tot een verdere ondermijning van de ouderwetse transporteur die ‘gewoon’ in opdracht van een klant van A naar B rijdt. Vergeet niet dat het merendeel van logistiek Nederland uit dit type bedrijven bestaat.

Bedrijven zullen dus moeten veranderen, er blijkt een grote zoektocht naar regisseurs, regiecentra, plaatsen van waaruit deze ketens beheerd en gestuurd worden. Wat is nu die regiefunctie en wie kan dat aan? Regisseren betekent vrij vertaald het regelen, organiseren en managen van in dit geval vervoers- en logistieke opdrachten. Een aantal (veelal) buitenlandse partijen is erin geslaagd om alle ‘assets’ (wagens, gebouwen voor opslag, e.d.) te vervangen door een min of meer kantoorachtige omgeving, waarbij met grote datacenters gegevens van klanten zodanig worden gerubriceerd dat vervoersoplossingen digitaal worden aangeboden, die vervolgens worden uitgevoerd via ingehuurde partijen. Voorbeelden van dit type bedrijven zijn Ryder, Schneider en Penske. Een aantal Nederlandse bedrijven ontwikkelt ook een dergelijke regiefunctie, maar veelal asset based (Vos Logistics, Bosman, etc).

Er bestaan feitelijk drie gradaties:
– een regiecentrum voor één bedrijf (single client, single cluster)
– een regiecentrum voor meerdere bedrijven in een cluster (multiple client, single cluster)
– een regiecentrum voor meerdere bedrijven in netwerken van clusters.

Dat laatste is wat de Commise van Laarhoven en aansluitend Dinalog een 4CC concept noemen. Het woord ‘control’ speelt hierbij een belangrijke rol. In een discussie met een grote logistieke organisatie kwam echter de term ‘orchestreren’ aan bod en dat sprak me meer aan dan ‘controleren’. Het aardige van orchestreren is dat een (neutrale) partij logistieke vragen van een groep aaneengesloten bedrijven coördineert en de beste logistieke oplossingen zoekt zonder noodzakelijkerwijs zelf een vervoerder of 4PL te zijn en vervoerscontracten af te sluiten. Een voorbeeld hiervan is Intres in de modesector en Unitnet in de general cargo. Het zou aardig zijn eens na te gaan hoeveel van deze orkesten al te definiëren zijn en wat hun rol kan zijn in de snel veranderende markt. Dit is wat anders dan individuele controlcenters construeren, die vanuit het oogpunt van neutraliteit niet altijd acceptabel zijn voor groepen bedrijven uit een samenhangend cluster of segment.Liever een goed orkest met een veelvoud aan spelers die dezelfde toonsoort spelen dan een virtuoze speler in een levenloos orkest.

Marcel Michon is adviseur