Dat schiet dus niet op. Sterker, de dure diesel dreigt het prille herstel in deze bedrijfstak in de kiem te smoren.

Denk niet dat de dieselclausule er alleen voor de vervoerder zou zijn. In geval van krachtige dieselprijsdalingen, en daarvan hebben we er in het verleden verscheidene gezien, is het juist diens klant die zich middels de clausule moet zien in te dekken. Daarom ook is verladersorganisatie EVO allerminst een tegenstander van dit mechanisme tegen prijsfluctuaties.

Vervoerders geven in een recent TLN-onderzoek drie redenen op waarom de toepassing ervan hun zwaar valt. Bepaalde klanten willen er niet aan. Opdrachtgevers dreigen naar een goedkopere vervoerder over te lopen. En sommige transportondernemers zijn daarvoor zo bang dat ze zelf maar geheel of gedeeltelijk van het gebruik van de clausule afzien.

Dat laatste is funest voor een branche waarin het gemiddelde rendement toch al laag, zo niet negatief, is. De brandstofclausule, die op geheel objectieve gronden is gebaseerd en gebruikt moet worden om beide partijen, vervoerder en klant, tegen invloeden van buiten te beschermen, wordt in de concurrentiestrijd geworpen. Vervoerders zijn kennelijk nog altijd zo omzetbelust dat ze bereid zijn onder kostprijs te offreren. Als iets het herstel in de branche fnuikt, is dat het wel – en niet de dure diesel als zodanig.

Diesel is een grote kostencomponent in het wegvervoer en zijn aandeel in de totale kosten neemt bij sterke dieselprijsstijgingen alleen maar toe. Vervoerders die deze grote, onbeïnvloedbare factor tot voorwerp van tariefonderhandelingen maken, zetten hun onderneming op het spel.