De Douane constateert invoer zonder aangifte en onttrekking aan het douanetoezicht en stuurt invorderingsaanslagen naar alle drie partijen. Dat kan omdat de wetgever meerdere schuldenaren aanwijst zoals degene die onttrekt aan het douanetoezicht (Opslaghouder), degene die deelneemt aan die onttrekking (Douaneagent), degene die de onttrokken goederen onder zich heeft (Eigenaar) en degene die bepaalde douaneverplichtingen niet nakomt (Opslaghouder).

Opslaghouder heeft een preferentieel document voor de goederen waardoor een lager invoerrecht van toepassing is en doet een
verzoek om kwijtschelding. De Douane verleent Opslaghouder gedeeltelijke kwijtschelding. In geding is nu of de gedeeltelijke kwijtschelding voor Opslaghouder ook zou moeten gelden voor Eigenaar en Douaneagent. Met andere woorden: is de douaneschuld
als zodanig verminderd, of alleen de vordering op de partij die het verzoek om kwijtschelding heeft gedaan. Tot nu toe gingen de meesten er vanuit dat het eerste het geval is. Immers, je hoeft maar één keer douanerechten te betalen voor goederen en als een
preferentieel tarief kan worden toegepast, dan vermindert dat toch de schuld, ongeacht wie die schuld moet betalen?Dat nu lijkt iets
tekort door de bocht gedacht.

De eerste vraag is, aldus de rechter, waarom de schuld is ontstaan. In dit geval is de aansprakelijkheid niet ontstaan uit hetzelfde feit.
Sommigen zijn verrichters van handelingen(onregelmatig binnenbrengen of onttrekken van goederen aan douanetoezicht), anderen
aan deelneming daaraan. Daarna is van belang waarom de schuld is tenietgegaan bij Opslaghouder.

En nu komt het. De rechter stelt dat bij de vraag of de schuld kan worden kwijtgescholden wordt gekeken naar het ontbreken van
een frauduleuze handeling of klaarblijkelijke nalatigheid, waarbij rekening moet worden gehouden met de specifi eke omstandigheden
en met de beroepservaring en eigen zorgvuldigheid van de betreffende partijen. Dat betekent dat een verzoek om kwijtschelding
niet voor alle schuldenaren positief of negatief hoeft uit te pakken. In dat verband geeft de rechter ook nog aan dat bijvoorbeeld
een Douaneagent zich niet kan beroepen op zijn (in)directe vertegenwoordigerschap en een Eigenaar niet op het feit dat hij een
Douaneagent (expert) heeft ingeschakeld.

De conclusie van de rechter is dan ook dat noch Douaneagent, noch Eigenaar, zich kan beroepen op de gedeeltelijke kwijtschelding, die aan Opslaghouder is verleend. Gelijke monniken hebben niet altijd gelijke kappen.

Marinus de Jager is consultant bij Deloitte