Het liep anders. De marktprijs voor zilver stortte in, de broers kwamen voor tweeënhalf miljard dollar in het rood te staan en gingen failliet. Uiteindelijk moesten ze ook brommen voor hun marktmanipulatie. Het loopt vaak mis met dit soort spelletjes. In feite is in de hypotheekcrisis in de Verenigde Staten de afgelopen jaren hetzelfde gebeurd. En toch blijft het blijkbaar een verleidelijk spel.

Wie de stalen, soms ietwat roestige binnenvaartbakken ziet, zal niet snel aan het zilver van de broers Hunt denken, maar toch doet de Rabobank er goed aan hun voorbeeld in gedachte te houden. Want wat Nederlands meest degelijke bank doet met het opkopen van opgelegde binnenvaartschepen heeft er wel wat weg van. Met het opkopen probeert de bank het aanbod van schepen op de markt laag te houden en zo de prijs hoog. Daarmee bereikt de bank twee doelen: de schippers die zich de afgelopen jaren in de schulden hebben gestoken om nieuwe barges te kopen worden behoed voor een dramatische waardedaling en daarmee faillisement.

Het tweede doel is minder altruïstisch: omdat diezelfde schippers vooral bij de Rabobank een hypotheek hebben afgesloten, worden die leningen niet waardeloos. Het kost de bank wel wat: het moet nogal wat hypotheken met een relatief klein verlies sluiten. De Rabobankiers kunnen het lijden. Hun totale exposure in de binnenvaartsector is drie miljard; dat valt in het niet bij de bijna 700 miljard die de coöperatieve bank op haar balans heeft staan. Toch is een waarschuwing op zijn plaats. Gaat het mis op zijn Hunts, dan is de bank zijn degelijke imago kwijt, inclusief de hoge triple-A rating. Twee jaar na de grootste financiële crisis sinds mensenheugenis mogen we de bank vragen: weet u wel zeker dat het kan wat u doet?