‘Je had toch nog een neef, Henk?’
‘O, ja. Gerard. Die jongen had altijd al de meeste hersens. Maar die heb je in ons vak niet per se nodig. Zit nu in Frankrijk, als tweede hoboïst in het blazersensemble van Lyon. Stuurt wel eens iets op naar z’n ouwe oom. Schoenberg, niet te harden. Maar ook ineens Haydn. Mozart, Berlioz. Zeg, we moeten nu echt naar binnen toe.’

De zaal wordt onrustig, want het had eigenlijk al pauze moeten zijn. Eindelijk gaan de deuren open.
‘Henk’, neemt de jongere de oudere op sleeptouw, ‘sigaretje doen?’
‘Daarna gelijk maar naar de bar? Dit wordt toch niks meer.’
‘Hoe lang ga jij nog door?’
‘Hoe lang houdt ons bedrijf het nog vol, kun je beter vragen. Mooie, gespreide portefeuille niche-klanten, dertig auto’s, waarvan twintig Euro V. Dat is het goeie nieuws. Het slechte is dat ik dit niet nog tien jaar ga trekken. Dat pepert ook Nellie me elke dag wel een keer in.’

De voorzitter vraagt andermaal het woord en de zaaldeuren sluiten zich. Henk en Paul bestellen aan de bar twee droge witte. ‘Eh, Paul?’, zegt de oudere. ‘Je begrijpt natuurlijk wel…’
‘Dat dit allemaal strikt vertrouwelijk is. Uiteraard. Je bedrijf is te koop bij gebrek aan opvolging. Nou vraag ik: zijn wij geen perfect match? Zelfde filosofie, veel synergie. Sterk IT-gericht, tracking & tracing, maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ ‘Ik zie het iets simpeler, Paul. Zelfde klanten, soortgelijke vloot, schaalvergroting. Voor jouw bedrijf zou Henk de Wit Transport natuurlijk een mooie versterking zijn.’
Paul bestelt er nog twee en daarna moet het maar bedtijd zijn. ‘Zullen we onze banken eens bellen, Henk?’
‘Die borstelwormen? Bel jij de jouwe maar. Ik ben al jaren m’n eigen bank. Je begrijpt wel dat je bod daardoor iets omhoog zal moeten.’