Wie draait in dit soort situaties op voor het bederf van goederen of ander soort schade, de koper, de vervoerder of de verkoper?

Dat hangt in de eerste plaats af van welke partij het vervoer op zich heeft genomen: koper of verkoper. In de tweede plaats van wat er hierover is afgesproken met de (feitelijke) vervoerder.

Vaak nemen partijen een ‘force majeure’ (overmacht) clausule op in hun overeenkomst. Deze clausule houdt in dat partijen van hun verplichtingen (bijvoorbeeld tot vervoer/levering van bepaalde goederen) ontheven zijn of niet meer schadeplichtig zijn als zij deze verplichtingen niet meer nakomen, indien bepaalde onvoorziene omstandigheden zich voordoen, zoals natuurrampen, oorlog(dreiging), uitzonderlijke weersomstandigheden, epidemieën etc. De wet kent een algemene bepaling die het mogelijk maakt dat een partij die met onvoorziene omstandigheden wordt geconfronteerd, zodanig dat hij niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, de rechter kan verzoeken om de overeenkomst te ontbinden of te wijzigen.

Het maritieme recht kent wat dit betreft een aparte regeling, waarvan niet kan worden afgeweken. Zo worden in de Hague Visby Rules tot de verbeelding sprekende termen als ‘act of god’ en ‘riots and civil commotions’ gehanteerd. In dat soort gevallen is de vervoerder niet aansprakelijk voor de schade die is ontstaan tijdens het vervoer. Deze regel geldt slechts voor de relatie zeevervoerder onder cognossement tegenover afzender.

In andere gevallen is het uitgangspunt: trouw aan het gegeven woord. Degene die zich op overmacht wil beroepen heeft een zware bewijslast. Hij moet aantonen dat hij er alles aan heeft gedaan om de schade zoveel mogelijk te voorkomen en naarstig heeft gezocht naar alternatieven om de producten alsnog bijtijds op de bestemming te krijgen.

In het wegvervoer is de stelregel dat het beroep op overmacht niet kan slagen, als de vervoerder niet werkelijk alle maatregelen heeft genomen welke van een zorgvuldig vervoerder kunnen worden gevergd om het verlies/bederf van de lading te voorkomen.

Bijvoorbeeld een andere, meer veilige, route kiezen (als dat binnen de mogelijkheden ligt). Belangrijk is in ieder geval dat een vervoerder in geval van onvoorziene omstandigheden onmiddellijk contact opneemt met de ladingbelanghebbende om alternatieve routes af stemmen, ook om goedkeuring te krijgen voor additionele kosten zoals opslag, terminal handling, alternatief vervoer etc.

Als ladingbelanghebbende wilt u voorkomen dat uw vervoerder zich al te makkelijk aan zijn verplichtingen zal onttrekken met een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden. In dat geval doet u er goed aan om bepaalde omstandigheden die misschien net op het grensvlak liggen van werkelijke overmacht juist op te nemen in de overeenkomst. Bijvoorbeeld de bepaling dat een staking binnen het bedrijf van de vervoerder geen overmacht oplevert.

Of dat zal werken in een geval als Egypte waar goederen tijdelijk niet konden worden in- of uitgeklaard vanwege de afwezigheid van douanebeambten is nog maar zeer de vraag. Dat lijkt mij toch wel een duidelijk geval van overmacht.

Aike Krips is advocaat bij Banning en maakt deel uit van de Rotterdamse Praktijkgroep Haven, Handel & Logistiek. Hij is gespecialiseerd in handels- en vervoerrecht en voert een grotendeels internationale praktijk. Zijn aandacht gaat daarbij in het bijzonder uit naar vragen op het gebied van het internationale privaatrecht.