De afwijzende reactie doet denken aan de storm van protest die opstak toen Hapag-Lloyd twee jaar geleden dreigde te worden overgenomen door NOL uit Singapore. Die uitverkoop van Duitse maritieme traditie aan buitenlands kapitaal werd verijdeld, mede door honderden miljoenen steun van Stadt Hamburg.

Stad en haven voelen zich nu bedreigd door Nederlands-Belgische invloed in Europa’s grootste binnenhaven. Misschien is die vrees terecht, maar duidt dat er juist niet op dat nauwere samenwerking tussen de Westhavens en het Duitse achterland zinvol is?
In plaats van zich te keren tegen grensoverschrijdende verbeteringen in bestuurlijke en logistieke efficiëntie elders, zou Hamburg zich moeten concentreren op de ontwikkeling van eigen haven en achterland. Als men meent dat Duisburg daar een rol in moet spelen, laat men dan zelf een bod doen op het belang van Berlijn. En laat de drie aandeelhouders – behalve Berlijn zijn dat deelstaat Noordrijn-Westfalen en de stad Duisburg – een economisch rationele afweging maken.

De Noord-Duitse frustratie is te begrijpen; het is nog niet zo lang geleden dat Hamburg Rotterdam dacht te passeren als grootste containerhaven van Europa. Inmiddels is de achterstand groot, is ook Antwerpen langszij gegaan en is Hamburg Port Authority een arme luis.

Maar een protectionistische reflex op die tegenspoed levert op termijn niets op. Wellicht is het slimmer om in Berlijn te gaan praten over de opbrengst van de verkoop van het Duisburgse belang. Want geld voor investeringen heeft Hamburg hard nodig.