We hebben een paar eerdere sluitingen meegemaakt. In 1956 nationaliseerde Gamal Abdel Nasser, tweede president van het inmiddels vier jaar onafhankelijke Egypte, het kanaal met als doel de tolinkomsten aan te wenden voor de bouw van de Aswandam. Dat leidde tot de Suezcrisis, een gewapend conflict tussen Egypte en een coalitie van Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Israël. Het kanaal ging voor enkele maanden op slot. De Verenigde Naties zouden later Egypte het alleenrecht erop toekennen.

In 1967 brak de Zesdaagse Oorlog uit tussen Egypte en Israël. Aanleiding was de afsluiting, door Nasser, van de Golf van Akaba voor Israëlische schepen. Hoewel hij de oorlog verloor, behield Nasser, met steun van de Sovjet-Unie, zijn machtsbasis in Egypte. Het Suezkanaal zou niet minder dan acht jaar gesloten blijven. Toen Nasser overleed, in 1970, werd Anwar Al-Sadat president. We herinneren ons Sadat als verzoener met Israel. Maar eer het zover kwam, voerde hij wel de Jom Kippoeroorlog tegen dit buurland. Pas in 1975 werd het kanaal heropend. Het duurde nog tot 1979 voordat Egypte en Israël vrede sloten.

Wat die langdurige sluiting in de scheepvaart teweegbracht? Een ongekende schaalvergroting. Schepen moesten weer de Kaap omvaren om Europa (of de Oost, natuurlijk) te bereiken. Het was een gouden tijd voor de mammoettanker. De eerste daarvan had Cornelis Verolme al in 1955, nog voor de Suezcrisis, van de werf laten glijden. Toen de vraag ernaar na ’67 nog toenam, was zijn imperium helaas al aan het desintegreren.

Dat lijkt nu dus ook met dat van Mubarak te gebeuren. Mocht diens val in een nieuwe sluiting van het kanaal uitmonden – waar niets op duidt – dan zou dat een zegen zijn voor onze grote containerreders. Die investeren in een massa overcapaciteit, die ineens reusachtig nodig zou zijn als de reis tussen Azië en Europa met vele duizenden zeemijl zou worden verlengd. Gooi maar even dicht, denken ze stiekem.