Ergens in het traject gaat er iets mis en de betreffende zending raakt zoek en komt niet meer boven water met als gevolg dat de opdrachtgever met een redelijke financiële strop komt te zitten. De opdrachtgever stelt de expediteur dan ook aansprakelijk voor de geleden schade. De expediteur wijst echter iedere aansprakelijkheid van de hand en beroept zich daarbij op de overeengekomen Nederlandse Expeditievoorwaarden. Dit schiet de opdrachtgever in het verkeerde keelgat en de expediteur en zijn opdrachtgever belanden uiteindelijk bij de Rechtbank.

Tijdens de comparitie van partijen blijkt dat partijen al drie jaren met elkaar werken. De expediteur betoogt, dat door het geven van de instructie ‘zending inklaren aub’ zonder vermelding van verdere instructies, de opdrachtgever de expediteur de vrije hand heeft gegeven om het werk naar eigen inzicht in te vullen. De opdrachtgever voert onder andere in zijn verweer aan dat door het vermelden van verschillende voorwaarden op het briefpapier zonder duidelijk te maken welke voorwaarden gelden, geen van deze voorwaarden daardoor van toepassing kunnen zijn. Verder maakt de opdrachtgever bezwaar tegen het in de Nederlandse Expeditie voorwaarden opgenomen arbitragebeding vanwege de onevenredige invloed die de expediteur zou hebben op het benoemen van de arbiters en omdat dit het hem afhoudt van de burgerlijke rechter.

De rechter geeft in zijn beoordeling mede aan, dat de opdrachtgever had mogen verwachten dat de expediteur de Nederlandse Expeditie voorwaarden hanteert en dat deze in de onderhavige branche als een bestendig gebruikelijk beding gelden. De expediteur mocht aannemen door het stilzwijgen van de opdrachtgever, dat deze daarmee het gerechtvaardig vertrouwen heeft gewekt met de toepasselijkheid van de voorwaarden in te stemmen. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de wederpartij de inhoud van de algemene voorwaarden kent. De rechter geeft desgevraagd nog aan dat de benoeming van de arbiters op een onpartijdige wijze geschiedt en dat dit voldoende is gewaarborgd. De slotsom is dat het arbitragebeding geldig is en dat de rechtbank niet bevoegd is om het onderhavige geschil in behandeling te nemen. De vordering wordt afgewezen.

Ik vermoed dat de opdrachtgever wel in hoger beroep zal gaan.