Maar dat blijkt in de praktijk toch nog wel eens tegen te vallen. In 2007 was de Rijn bij Mainz al eens dagenlang gestremd, toen het schip Excelsior er dertig containers had verloren. De Duitse autoriteiten handelden de crisis indertijd niet al te adequaat af. Toen al moesten Nederlandse kranen van ver erbij gehaald worden om de weg vrij te maken. Je zou zeggen: daar hebben onze oosterburen van geleerd. En dat waren ze ook van plan te doen. Er werd beloofd een calamiteitenplan op te tuigen. Met daarin begrepen de voorziening om stevig bergingsmateriaal permanent beschikbaar te houden langs de rijnoevers. Zoals grote snelwegtunnels hun eigen sleepauto’s hebben die onmiddelijk in kunnen grijpen.

Dat blijkt er allemaal nog niet te zijn, waardoor bij het huidige ongeluk met de Waldhof de Nederlandse Mammoetbokken opnieuw moesten uitrukken. En wederom lagen ze niet in de buurt van de midden-Rijn, waar het risico op dit soort ongelukken nu eenmaal hoger is. Dit is het tweede kalf dat in de rivier het leven laat.

Gaan de Duitsers de spreekwoordelijke put nu dempen? Vanuit Nederland neemt de druk toe. Begrijpelijk, gezien de belangen van onze transport- en logistieke sector. Dit tast dat unieke marketingconcept van de Rotterdamse haven en de andere in het westen aan. Maar het is niet alleen in het belang van de ARA-havens dat de Duitsers dit oplossen. Uiteindelijk zijn het hún industrieën die zo afhankelijk zijn van een onbelemmerde aanvoer, die nu lijden. Het Duitse Wirtschaftswunder bestaat nog steeds, en het is stroomopwaarts gelegen. Bescherm die levensader uit alle macht, oosterburen.