De feiten zijn vrij basaal. Bij Sankt Goarshausen maakt de Rijn een scherpe knik en is hij plaatselijk maar 113 meter breed. Tegelijk zit er een enorme kuil in de bedding, van wel 25 meter, wat vreemde stromingen veroorzaakt. De schipper moet dus terdege opletten en niet op de automatische piloot de rivier op- of afsukkelen. Hier is stuurmanskunst vereist. Er zijn in de loop der eeuwen op dit punt talloze schepen verongelukt.

Dan helpt het niet dat de Duitse overheid, die anders toch zo ‘gründlich’ met de veiligheid omspringt, op een 132 meter hoge rots op de rechteroever een meer dan vrouwhoog beeld van Loreley heeft toegestaan, dat vooral een bijzonder fraai gevormd linkerdijbeen met dito kuit toont, en lange gouden haren die zij, volgens de overlevering, tot noodlot van menig schipper, zingend als een Teutoonse Sirene van de Middeleeuwen, zou hebben gekamd met een gouden kam.

Dat is vragen om moeilijkheden.

‘Lorelei nog gezien, Henk?’

‘Nou, even maar, een glimp. Ik had m’n aandacht ook nodig voor die kolenboot die ons tegemoet kwam. Ergens achter ons zat een partyschip dat kennelijk haast had en wou passeren. Dan heb je iets verderop dat pontje nog. Dat kan ook elk moment het water oversteken. Maar goed, je had het over die Lorelei. Je kan bijna niet wachten om bij Germersheim snel weer om te keren. O shit, we moeten deze keer helemaal naar Basel.’

Onze lieve Lorelei dus maar weggehaald van haar hoge en uitdagende positie? Dat is weer het andere uiterste, typisch zo’n maatregel die zou kunnen voortvloeien uit een veiligheidsrapport van mr. Pieter van Vollenhoven. Het zou ook niet helpen, want als de Lorelei aan het gezicht zou zijn onttrokken, zou elke schipper des te radelozer de oevers afzoeken naar haar beeltenis. En dan mag je pas echt dankbaar zijn dat zwavelzuurtankers tegenwoordig dubbelwandig zijn.