Arntz legt uit dat er verschil is in het gebruik van biodiesels bij het wegverkeer en de binnenvaart. ‘De brandstoffen in een binnenvaartschip bevinden zich in een koudere en waterrijke omgeving. Dat zorgt voor vlokvorming en het verstoppen van filters en verstuivers. In de auto-industrie zijn er weinig problemen met biodiesels omdat zij andere motoren en tanks hebben. Ook is er een andere kwaliteitscontrole.’

Stilvallende scheepsmotoren

De IVR zette een meldpunt op voor schippers die met biobrandstoffen varen. ‘Dat deden we omdat klachten nooit eerder structureel waren geïnventariseerd. Biodiesel an sich kan best goed gaan, maar het is wel controversieel: De ervaringen zijn wisselend. TNO zegt dat er nauwelijks problemen zijn, terwijl motorfabrikanten zoals Koedood op dit moment brieven schrijven over stilvallende scheepsmotoren.’ Arntz waarschuwt dat schippers vaak ook niet weten hoeveel procent FAME of een andere biobrandstof ze bunkeren.

De Vries haakt daarop aan. ‘Je kan bij bunkerstations geen specifieke blend aanvragen, daar is de logistiek niet op berekend. Wel moet de brandstof aan bepaalde specificaties voldoen.’ Volgens hem zijn de exacte samenstellingen niet altijd hetzelfde, maar liggen ze wel altijd tussen de 0 en 7 procent. ‘Schippers moeten er dus rekening mee houden dat ze nu al brandstof bunkeren met biocomponenten.’

Bijmengverplichting

Het grootste probleem ligt volgens de belangenbehartiger bij de uitvoering van de bijmengverplichting. ‘De overheid wil van 0 naar 300 in 5 seconden. Dat terwijl het wegverkeer tijd heeft gehad om erin te groeien.’

De maritieme Green Deal vraagt om reductieverplichtingen. Die kunnen volgens De Vries worden uitgevoerd door minder brandstof te gebruiken in het vervoer of door hernieuwbare brandstoffen bij te mengen. ‘Maar FAME is de goedkoopste, dus is die al gauw als oplossing naar voren geschoven. Je kan ook nog kiezen voor HVO. Dat mengt soepeler weg, maar is duurder.’

Bunkeraars voelen zich volgens De Vries verantwoordelijk voor de problemen die schippers ervaren door biobrandstof. ‘Wij moeten vergroenen, en we moeten ons steentje bijdragen. Maar we willen ook het beste voor onze klanten. Wij denken dat deze reguleringen gefaseerd moeten worden ingevoerd. Doe het samen met de buurlanden, dat is het belangrijkste.’ De biobrandstoffen worden of afgekocht of moeten worden bijgemengd door de bunkeraars. En dat gaan schippers terugzien in de prijzen.

De Vries was vorige week nog bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Zij hadden begrip voor onze punten, maar dat was alles. Zij weten niet hoe groot dat bunkertoerisme gaat zijn, zeggen ze, maar de overheid moet die inschatting maken. En dan niet zomaar draconische maatregelen doorduwen.’

Sluipmoordenaar

De VIV noemt FAME ‘de sluipmoordenaar van de binnenvaart’. ‘FAME komt ongemerkt aan boord. Als het dan langer duurt tot een schipper weer gaat bunkeren, dan kan er condens- en algenvorming ontstaan. Dit kan motoren slopen.’ Vissers waarschuwt schippers daarom vaker onderhoud en controle uit te voeren op hun motoren.

Ook de VIV ziet heil in het bijmengen van HVO in plaats van FAME. ‘We hebben ons in elk geval gecommitteerd aan een bepaalde doelstelling. Wij kunnen wel bij de overheid aankloppen maar zij zeggen: zoek maar een oplossing.’

Bekijk de uitzending van Studio Schuttevaer over dit onderwerp: