Dat blijkt uit de Maritieme Motor van Nederland Maritiem Land (NML). Lang hebben de varende ondernemers er niet van kunnen genieten, want nu is er de coronacrisis om te incasseren.

Trends

De Maritieme Monitor is een jaarlijkse studie waarmee de trends in de gehele maritieme cluster worden vastgelegd in cijfers. Al sinds 1997 geeft de stichting NML inzicht in de economische cijfers, vertelt directeur Arjen Uytendaal. De cluster omvat de sectoren zeevaart, scheepsbouw, offshore (energie), binnenvaart, waterbouw, havens (op- en over- slag), marine, visserij, maritieme dienstverlening, jachtbouw/watersportindustrie en maritieme toeleveranciers. NML produceert de monitor in samenwerking met Ecorys, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

In 2019 genereerde de hele maritieme cluster 3,1% (24,8 miljard euro) van het bruto binnenlands product en was goed voor zo’n 3% (284.917 personen) van de totale werkgelegenheid.

‘Als ik door mijn oogharen naar de cijfers kijk’, verduidelijkt Uytendaal, ‘zie ik dat de groei in 2019 minder is dan die van Nederland als geheel (4,7%, red.), maar er zat in de maritieme cluster nog wel verbetering.’ De meeste groei vertoonde de export. Die verbeterde van 27,8 naar 30,4 miljard, zo’n 6% van de totale export van Nederland.

Havens

Binnen het maritieme cluster zorgen met name de havens voor veel toegevoegde waarde, gevolgd door de offshore, al beleefde die in 2019 een matig jaar. Op het eerste gezicht lijken de binnenvaartcijfers in 2019 weinig florissant: een afname van maar liefst 20% in toegevoegde waarde ten opzichte van 2018.

Uytendaal kijkt echter veel meer naar de trend van de afgelopen jaren en schetst daarmee een ander beeld: ‘Sommige sectoren zijn de crisis van 2008 nog steeds niet te boven. De zeevaart, visserij en scheepsbouw lopen nog steeds achter. Andere sectoren, zoals de havens en maritieme dienstverlening hebben de crisis beter overleefd. De binnenvaart was de afgelopen twee jaar net terug van die klap. Het heeft de binnenvaart 10 jaar gekost om op hetzelfde niveau terug te komen. En nog steeds zit er niet veel vet op de botten. Waarom dat zo is, kan ik niet goed duiden. Zeker is, dat er lang veel overcapaciteit is geweest en daardoor lage vrachtprijzen. Ondanks een laag inkomen zijn veel schippers echter bereid hun familiebedrijf te blijven voortzetten. Toch is het aantal schepen met zo’n 20% verminderd. Dankzij schaalvergroting, grotere schepen dus, kon de toegevoegde waarde van de binnenvaartsector nog stijgen.’

Toegevoegde waarde

De alarmerende afname van toegevoegde waarde in 2019 ten opzichte van 2018 met 20% is volgens Uytendaal vervelend voor de schippers, maar de meerjarige trend liet steeds een stijging zien. 2018 was voor de binnenvaart een absurd goed jaar. ‘Dat kwam door de lage waterstanden. Schippers konden minder lading meenemen, waardoor de tarieven omhoog schoten.’ Door dat ene jaar is het beeld vertekend.

Voor het eerst presenteert NML ook de Maritieme Arbeidsmarktmonitor. In deze pilot-editie is uitgegaan van cijfers van 2018. Voorjaar 2021 komt er een nieuwe versie met cijfers van 2019. Bij eerdere pogingen om de werkgelegenheid in kaart te brengen, werd nog gebruik gemaakt van enquêtes. Dat was arbeidsintensief en leverde een onvolledig beeld op. Nu zijn anonieme microdata van de Belastingdienst en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beschikbaar. Uytendaal: ‘De privacy is gewaarborgd. Met deze nieuwe methode zijn alle werkenden in de maritieme sector opgenomen in de Arbeidsmarktmonitor, waaronder de 12.900 in de binnenvaart.’

Familiebedrijven

De grafieken laten zien dat de binnenvaart, wat werkenden betreft, afwijkt van het gemiddelde in de maritieme cluster. Zo zijn er opvallend weinig werknemers in loondienst (58%). Het gemiddelde in maritiem Nederland is 89%. Een voor de hand liggende oorzaak is het grote aantal particuliere schippers met partner. Deze structuur met familiebedrijven verklaart waarschijnlijk ook het hoge percentage vrouwen.

De leeftijdsopbouw wijkt eveneens af. Opvallend groot zijn de categorieën jongeren tot 25 jaar en de groep ouderen boven 66 jaar. Wat ook opvalt is het relatief grote aantal middelbaar opgeleiden. In de maritieme cluster komen zowel meer laag- als hoogopgeleiden voor dan in de binnenvaart.

Jongeren

Uytendaal: ‘De cijfers zijn misschien niet zo verrassend, maar we zien ze nu voor de allereerste keer. Het is goed te zien dat veel jongeren in de binnenvaart beginnen. Als zij wat ouder worden, stromen ze vaak door naar andere sectoren. Je komt dan mensen in de haven tegen die weten hoe de sector in elkaar zit. Zelf heb ik vijf jaar op zee gevaren. Later kwam ik in het management. Zulke ervaringen zijn belangrijk voor de hele maritieme sector.’

Hoog op de agenda van NML staat duurzaamheid. Dat begint voor Uytendaal met meer vervoer over water. ‘Per ton lading zijn schepen veel schoner dan het wegvervoer. In juni 2019 is de Green Deal getekend tussen de overheid en de maritieme sector. Voor de binnenvaart is er gedurende drie jaar jaarlijks vijf miljoen euro beschikbaar voor duurzame projecten. Omdat er nu niet veel nieuwbouw is, is het goed ook de mogelijkheden van bestaande schepen te onderzoeken. Denk aan andere brandstoffen en batterijen. Van de kennisvoorsprong die we daarmee opbouwen, zal Nederland het de komende jaren moeten hebben. We kunnen immers niet concurreren met Azië op arbeidskosten. Laat ons maar innoveren om uit de nieuwe crisis te komen.