De EU-Rekenkamer heeft naar de tien prestigeprojecten gekeken in het zogeheten Trans Europese Netwerk (TEN-T), waaronder Seine-Nord Europe, dat het vrachtvervoer tussen de Franse rivier en de Schelde moet verbeteren, de Brenner-Basistunnel, Rail Baltica (Polen en Baltische staten) en de hsl-spoorlijn tussen het Spaanse Lyon en het Noord-Italiaanse Turijn. Uit het onderzoek blijkt dat zes van acht onderzochte megaprojecten (totale kosten 54 miljard euro) niet op de gestelde opleverdatum van 2030 gereed zal zijn. De gemiddelde vertraging van de projecten ligt op 11 jaar, aldus de onderzoekers. Bij de Brenner-Basistunnel in Oostenrijk gaat het nu om twaalf jaar, terwijl Seine-Nord al een achterstand van 18 heeft opgelopen.

Kostenoverschrijding

Door deze vertragingen, deels toe te schrijven aan wijzigingen van de oorspronkelijke plannen en de slechte coördinatie tussen de afzonderlijke lidstaten, zijn de totale kosten nu al met 17 miljard euro overschreden, stelt de Rekenkamer. In totaal draagt de EU voor 7,5 miljard bij aan de acht projecten. Daarvan is bijna de helft, 3,4 miljard euro, al uitgegeven door Brussel.

Volgens de onderzoekers zijn de oplopende kosten en vertragingen niet het enige probleem. Zo is er ook veel mis met de onderliggende kosten-batenramingen van de verschillende bouwprojecten. Veel van de volumeprognoses zijn veel te optimistisch ingeschat. Zo is er op het reeds opgeleverde deel van de Rail Baltica in noord-zuidrichting nog geen enkele kilo vracht vervoerd. Voor de nieuwe railverbinding tussen Lyon en Turijn wordt voor het jaar 2035 met een ladingaanbod van 24 miljoen ton gerekend, terwijl op het bestaande conventionele lijn nu jaarlijks maar drie miljoen ton wordt gehaald. Het is niet veel beter gesteld met het grote binnenvaartproject Seine-Nord Europe tussen Frankrijk en België, stellen de onderzoekers van de Rekenkamer. De bedoeling was om met het initiatief het goederenvervoer op die as ‘massaal’ van de weg naar de binnenvaartschepen te verplaatsen. Volgens de onderzoekers is er over de laatste tien jaar ‘geen enkele aanwijzing geweest’ dat die doelstelling ook haalbaar is.

Gebrekkige coördinatie

De Rekenkamer hekelt verder de gebrekkige coördinatie tussen de landen en de rol van de Europese Commissie als toezichthouder op de projecten. Beiden laten het afweten. Zo volgen de lidstaten bij de vergunningverlening gewoon de nationale doelstellingen. Als voorbeeld wordt Frankrijk genoemd, Dat heeft besloten om eerst in 2037 te beginnen met de planning van de goederenspoorlijn met Spanje, waardoor het project 28 jaar vertraging oploopt. Meer druk Duitsland krijgt intussen een veeg uit de pan voor de vertraagde noordelijke ontsluiting van de Brenner-Basistunnel. Die is eerst tussen 2040 en 2050 gereed. ‘Daardoor wordt de kosten-baten-verhouding steeds slechter’, aldus de Rekenkamer. De Commissie zou intussen meer druk moeten uitoefenen om de projecten op tijd op te leveren.