De geëiste straffen zijn aanmerkelijk zwaarder dan de strafmaat die de drie in 2017 kregen opgelegd door de rechtbank in Dordrecht. De rechter veroordeelde de directeuren (48 en 64 jaar oud) destijds tot celstraffen van ieder 15 maanden. Hun medewerkster (43) kwam er toen met een taakstraf van 180 uur van af. Het openbaar ministerie eist in het hoger beroep tevens een hogere geldboete voor Gyron Crew BV: 300.000 euro in plaats van de 65.000 euro die de rechtbank had opgelegd. Overigens waren ook de verdachten zelf in hoger beroep gegaan omdat ze het niet met de eerdere uitspraak eens waren.

Uitbuiting

In de al sinds 2012 lopende rechtszaak gaat het om de vermeende uitbuiting van Filipijnse matrozen. Die werden door Gyron Crew geworven en vervolgens tewerkgesteld op Nederlandse binnenvaartschepen.

In de onder de loep genomen periode voeren zo’n vierhonderd Filipijnen voor het uitzendbedrijf. Het OM vond dat er sprake was van mensenhandel, maar de rechtbank in Dordrecht sprak de drie op dat punt vrij. De rechtbank oordeelde dat er binnen Gyron Crew wel sprake was van valsheid in geschrifte, van niet terecht verkregen vergunningen, handelen uit winstbejag en mensensmokkel. Dat laatste is strafrechtelijk een minder zwaar vergrijp dan mensenhandel.

Criminele organisatie

De eis in hoger beroep gaat toch uit van mensenhandel, en daarnaast van mensensmokkel, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie. De advocaten-generaal schetsen een beeld van forse uitbuiting van de matrozen: ‘Meerdere Filipijnse matrozen hebben tot twintig uur per dag moeten werken, waarbij de overuren niet werden betaald. Ook werd er geld ingehouden voor eten en werkkleding en kregen matrozen geen vakantiegeld. Er was verder sprake van onderbetaling en het ontbreken van loonstroken. Matrozen waren daarnaast nooit vrij en mochten in meerdere gevallen het schip niet eens verlaten.’

Het drietal misleidde volgens het OM met valse contracten het UWV tot afgifte van werkvergunningen. De officieren van justitie in hoger beroep, de advocaten-generaal, constateerden verder dat er sprake was van het plegen van strafbare feiten in georganiseerd verband. ‘Daarbij stond eigen gewin voorop. Nationale wet- en regelgeving werd doelbewust met voeten getreden. Daarnaast was er sprake van kwetsbare slachtoffers die de Nederlandse taal niet machtig waren en ook geen verstand hadden van de Nederlandse regelgeving’, zo werd de strafeis toegelicht. Het gerechtshof in Den Haag doet waarschijnlijk over twee weken uitspraak.

De twee hoofdverdachten in deze zaak waren niet bereikbaar voor commentaar.