Better Place was een veelbelovende start-up uit Israël. Het leverde wereldwijd de dienst om lege accu’s van elektrische auto’s in vijf minuten om te wisselen voor volle. Daardoor was het geen probleem meer dat het toen nog uren duurde om een elektrische auto op te laden. In die tijd bestond er nog geen Fastned. Het station heeft, ondanks miljoenen aan subsidie, tussen 2012 en 2013 vrijwel ongebruikt op Schiphol gestaan. De grootste zwakke schakel: het concept was niet universeel geschikt voor alle elektrische auto’s. Slechts één autofabrikant committeerde zich eraan en dan ook met slechts één model. Renault met zijn Fluence ZE. Wat op zichzelf al een heel beperkte auto was met een slechte actieradius. Het was daardoor niet echt aantrekkelijk voor vlootbeheerders om erin te investeren. Schaalbaarheid was dus op twee fronten een groot probleem bij het batterijwisselsysteem.

Dit soort innovaties staan of vallen met standaardisatie. Zoals je bij alle merken tankstations diesel kunt tanken, ongeacht het merk vrachtwagen. Dat het vanwege uiteenlopende belangen van fabrikanten niet altijd makkelijk loopt met het bepalen van standaarden, is ook wel gebleken bij de stekkers van elektrische auto’s. Daar heb je nog altijd vier verschillende typen met verschillende aansluitingen of vermogens, waardoor adapters nodig zijn bij laadstations. Tesla Supercharger, AC Mennekes, CCS en ChaDeMo. De mobiele telefoonfabrikanten hebben er bijna twintig jaar over gedaan om tot de standaard usb-c laadkabel te komen. En één van de de grootste fabrikanten, Apple, doet er zelfs nog steeds niet aan mee. Die heeft met de iPhone zijn eigen Lightning-standaard.

Het is voor Zero Emission Services, zoals het nieuwe bedrijf voor het systeem van verwisselbare batterijcontainers voor binnenschepen gaat heten, te hopen dat de standaarden die zij gebruiken straks worden overnomen door de fabrikanten van de binnenvaartschepen, de motoren en de eventuele concurrerende diensten die ook dergelijke wisselsystemen willen leveren. Want alleen als alle stakeholders zich eraan committeren, kan een dergelijk project structureel succesvol zijn.

Als investeerders één ding belangrijk vinden bij investeringen in start-ups met diensten die nog ontwikkeld moeten worden, dan is dat schaalbaarheid. Kan deze innovatie overal op dezelfde manier uitgerold worden? En nog veel belangrijker: wordt de techniek misschien tijdens de ontwikkeling al ingehaald door een betere? Zo zetten de havenbedrijven ook fors in op de ontwikkeling van waterstof. Het is niet gezegd dat dit de nieuwe brandstof wordt voor binnenvaartschepen, want waterstof heeft ook een hoop nadelen. Maar dat is ook het geval bij accu’s, zelfs als ze in containers zitten.

De tijd lijkt rijp voor het ZES-project, want elektrificatie van de binnenvaart is nog ver verwijderd van een doorbraak. Dit project zou de gewenste jump-start kunnen zijn. Maar het is zaak om de valkuilen uit het verleden dit keer uit de weg te gaan.

Lees ook: ZES wil binnenvaart elektrificeren met verwisselbare superbatterij + video