Is er in Nederland nu en in de toekomst voldoende overslagcapaciteit aanwezig voor containervervoer per spoor en binnenvaart? En zo niet, waar kunnen zich knelpunten gaan voordoen?

Uit de inventarisatie Benutting Multimodale Achterlandknooppunten van het KiM komt naar voren dat er momenteel vrijwel in heel Nederland voldoende containerterminals zijn. De kaart van Nederland telt nog maar één echte witte vlek: in de regio Hoorn-Alkmaar-Den Helder is geen containerterminal.

Tekorten

In bijna alle regio’s is er ook in 2030 nog voldoende overslagcapaciteit om de groei aan te kunnen. Alleen de regio’s Oost-Zuid-Holland (onder meer Alphen aan den Rijn) en Groningen vormen hierop een uitzondering.

Bij hoge economische groei schieten ook de regio’s Zuidoost-Zuid-Holland, Zuid-Limburg en Flevoland tekort in hun overslagcapaciteit. Hiernaast is er een klein tekort in de regio’s zonder terminal. Dan gaat het om de regio Delft en Westland en om Zuidoost-Friesland.

Problemen in Rijnmond

De regio Rijnmond blijft kampen met capaciteitsgebrek, zo voorspelt KiM. Enerzijds zorgt het groeiende containeraanbod bij hoge economische groei daarvoor. Anderzijds levert een verdere modal shift van wegvervoer naar binnenvaart nieuwe congestie op.

In het Rijnmondgebied zijn twee containerstromen. Ten eerste het vervoer tussen de regio’s en Rijnmond, ten tweede de internationale containerstromen van of naar de Rotterdamse haven. Volgens het KiM is er onvoldoende capaciteit om beide stromen volledig te accommoderen.

In de praktijk verwacht het instituut dat terminaloperators het niet tot een tekort aan overslagcapaciteit laten komen. In plaats daarvan zullen ze, indien mogelijk, hun overslagfaciliteiten beter gaan benutten of uitbreiden.

West-Brabant Corridor

In de regio Groot-Rijnmond is al geruime tijd sprake van congestie voor de binnenvaart. In 2017 en 2018 hebben de betrokken sectoren (verladers, forwarders, barge-operators, terminalbedrijven en rederijen) gezamenlijk een aanpak uitgewerkt. In het kader van deze aanpak heeft EY Parthenon een analyse uitgevoerd. Een van de oplossingen betreft de samenwerking van de terminals op de West-Brabant Corridor (Moerdijk, Oosterhout en Tilburg).

De schepen van de West-Brabant Corridor varen op vaste afspraak met grote ‘call sizes’ naar één deepsea-terminal. Elke dag is er een vaste dienst op elke terminal zonder vertraging. Door te bundelen, hoeven minder schepen heen en weer te varen, minder aan te meren en wordt de overslagcapaciteit in Rotterdam efficiënter benut.

Een ander bundelingsinitiatief is om het Containertransferium Alblasserdam als hub te gebruiken richting de Rotterdamse terminals. Ook de aanleg van een interne baan op de Maasvlakte, de Container Exchange Route (CER), draagt bij aan betere afhandeling op de Maasvlakte.

84 terminals

Er zijn in Nederland 84 terminals beschikbaar voor containeroverslag voor de binnenvaart en/of het spoor, inclusief de zeehavens en de private terminals. Een belangrijk deel van deze overslag is te vinden in de zeehavengebieden Rijnmond, IJmond, Moerdijk en Vlissingen-Gent-Terneuzen.

Buiten de zeehavengebieden bevinden zich 39 terminallocaties, waarvan 31 voor de binnenvaart en 5 voor het spoor. Hiernaast zijn er drie trimodale terminals, namelijk in Venlo, Veendam en Tilburg. Een vierde trimodale terminal wordt gerealiseerd in Oss.

Totale overslagcapaciteit

De totale overslagcapaciteit in 2018 was 3,2 miljoen teu voor het spoor en 8,7 miljoen teu voor de binnenvaart. In Nederland werd in 2018 ongeveer 1,7 miljoen teu overgeslagen op of van het spoor en 6,5 miljoen teu op of van de binnenvaart.