Begin december werd het schippersechtpaar De Waardt ernstig ziek toen ze met hun ‘Fox’ een lading zonnebloemschrootpellets vervoerden. Het gebruik van fosfinepillen bleek de boosdoener. Korte tijd later werd een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het incident.

Vrijdagmorgen zei de Amsterdamse havenmeester Milembe Mateyo in het Radio 1 Journaal dat het plan van aanpak voor dergelijke lading in de haven niet dekkend is om dit soort incidenten te voorkomen. In de uitzending werd ook Sunniva Fluitsma van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) aan het woord gelaten.

Katoenen sok

Volgens Mateyo worden in de meeste gevallen de fosfine-pillen in een katoenen sok (‘sleeves’) op de lading gelegd. Daarbij is per ruim bekend hoeveel sleeves de gassingsleider moet opruimen voor het lossen kan beginnen. ‘Bij één op de tien zeeschepen wordt de lading gegast met losse pillen’, zei de havenmeester in een toelichting op het onderzoek naar de eigen verantwoordelijkheid van de haven van Amsterdam.

‘Zo is het bij het zeeschip ‘Smarta’ (waar de ‘Fox’ zijn lading van kreeg, red.) ook gebeurd en dan weet je nooit zeker of je de resten van alle pillen hebt weggehaald. We moeten dan afgaan op de waarden die gemeten worden op het zeeschip. Na het overslaan van de lading in de ‘Fox’ is de fosfine opnieuw gaan werken. Dus dat deel van het plan van aanpak zullen wij moeten aanpassen’, concludeerde zij.

Beter begeleiden

De beste oplossing zou zijn om niet meer met losse fosfinepillen te werken, erkende Mateyo. ‘Alleen is dat een wereldwijde handel waar wij in Amsterdam maar beperkt invloed op hebben. Tegengaan kunnen we het niet, we kunnen het wel beter begeleiden.’

In  het plan van aanpak moet volgens haar komen te staan dat er na de overslag in het binnenvaartschip voor rekening van de ladingeigenaar nog een extra gasmeting volgt. De ASV drong daar al eerder op aan, zoals Fluitsma recent nog aangaf in het fosfine-webinar van Nieuwsblad Transport en Schuttevaer.

In Antwerpen wordt dat al gedaan en de Amsterdamse havenmeester Milembe Mateyo gaat in overleg met de haven van Rotterdam en de andere Nederlandse zeehavens en betrokken marktpartijen om te zorgen dat het hier voortaan ook gebeurt.

Drie maanden later

Drie maanden na het incident is het eerste onderzoeksrapport in de openbaarheid gebracht. De Onderzoekscommissie, aan het werk gezet door havenmeester Mateyo, stelt vast dat het Amsterdamse protocol volgens de regels is gevolgd. Zowel door het zeeschip ‘Smarta’, de Divisie Havenmeester van Port of Amsterdam, als door de onafhankelijke, gecertificeerde gassingsleider.

Feitelijk treft dus niemand enige blaam, hoe fout het ook ging met het schippersechtpaar. Wel is extra zorgvuldigheid geboden bij gegaste lading met fosfine in losse pillen. Dat geldt ook voor de informatievoorziening richting de schippers die met gegaste lading gaan varen.

De vraag die nu nog bij het Arrondissementsparket (Justitie, OM) ligt, vanuit het nog niet openbaar gemaakte onderzoek door de Inspectie SZW, is of er sprake was van een strafbaar feit, mogelijk van doodslag. Ook minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) heeft nog wat huiswerk te doen bij de beantwoording van vragen uit de Tweede Kamerfracties van SP en VVD.

Niet ver genoeg

‘Ik ben wel verheugd over het feit dat men over het protocol zelf wat op- en aanmerkingen en voorstellen heeft’, zegt woordvoerder Sunniva Fluitsma van de ASV in een eerste reactie. ‘Ze gaan mij niet ver genoeg, maar het is in ieder geval een opening tot een verbetering van de gang van zaken.’

De ASV toonde zich als enige binnenvaartorganisatie vanaf het begin van het incident hoogst verontrust en betrokken bij veiliger vervoer in binnenvaartschepen van gegaste lading uit zeeschepen.

Bij een eerste lezing van het rapport van de Amsterdamse Onderzoekscommissie is Fluitsma ‘helaas bevestigd in een aantal zaken die te maken hadden met het verkrijgen van de juiste (noodzakelijke) informatie op het juiste moment. Dat is wel zorgwekkend.’

In haar voorlopige reactie, die ze heeft gedeeld met Mateyo, houdt Fluitsma vertrouwen: ‘Wat mij betreft: ik ben heel erg hoopvol dat dit zal leiden tot een goede, veilige werkwijze voor de toekomst.’

Leren van de casus

De Onderzoekscommissie Veiligheidsincidenten valt onder het CNB Noordzeekanaalgebied, waarvan de havenmeester directeur is, en is ondergebracht bij de Divisie Havenmeester. Onderzoeken zijn vooral bedoeld om te leren van de betreffende casus, lessen wordt opgenomen in het op de veiligheid gerichte ‘Just Culture-programma’ van de Divisie Havenmeester. Het onderzoeksrapport geeft een nauwkeurig feitenrelaas van het incident, met analyse, conclusies en aanbevelingen.

De commissie heeft gezocht naar internationale, nationale en regionale wetgeving en normen die van toepassing zijn op de overslag van lading die met het ontsmettingsmiddel fosfine is behandeld. Er bestaan hooguit richtlijnen in de International Maritime Solid Bulk Cargoes Code (IMSBC-code) voor het omgaan met ontsmettingsmiddelen. Maar de IMSBC gaat alleen over toepassing in zeeschepen en zegt niets over overslag.

Het Amsterdams protocol, vastgelegd in de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied, is feitelijk de enige ‘wetgeving’. Er geldt een meldplicht voor gegaste zeeschepen en geregeld is hoe een externe, onafhankelijke en gecertificeerde gassingsleider heeft te handelen voor hij de ruimen in een zeeschip gasvrij kan verklaren en er met lossen kan worden begonnen.