Als de schipper voor hij wegvaart een certificaat van de meting krijgt, weet hij wat eventueel de risico’s zijn. ‘Gasdokter’ Michiel Verwerft (EWS) is voorstander van zo’n extra meting. ‘Dus we zijn het eens’, constateert ASV-woordvoerder Sunniva Fluitsma.

Technisch directeur en begassingsexpert Verwerft van ‘gasdokter’ Eco Worldwide Solutions (EWS) en woordvoerder Fluitsma van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) waren vrijdag 21 februari te gast in het webinar ‘Fosfine-drama in de binnenvaart’ met presentator Jordi Kloos (redacteur Nieuwsblad Transport) en Dirk van der Meulen (hoofdredacteur Schuttevaer).

Bijna drie maanden na het fosfine-drama is het wachten nog altijd op onderzoeksrapporten van de Inspectie SZW (Arbeidsinspectie) en Haven Amsterdam (protocol gegaste lading) én de antwoorden van minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) op schriftelijke Kamervragen van SP en VVD.

Betrekkelijke stilte

In de binnenvaart wordt afgewacht, zegt Fluitsma over de betrekkelijke stilte na de opschudding in december vorig jaar. ‘Het is aan ons te zorgen dat het een onderwerp blijft. Ik merk wel dat de onrust zeker niet is weggenomen, want voor de mensen is er niets veranderd.’ Schippers willen geïnformeerd worden over de lading die in hun schip gaat. Fluitsma: ‘Heel vervelend als je niet zeker weet of je veilig bent. Schippers willen vooral weten waar ze aan toe zijn. Dat geeft ook een soort geruststelling.’

De Inspectie SZW stelt dat het onderzoek is afgerond en dat het nu bij het Arrondissementsparket ligt om te beoordelen of er strafbare feiten zijn begaan. Reden te meer, volgens Dirk van der Meulen, om dit soort grondige onderzoeken vooral bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) neer te leggen. ‘Die kijkt niet in de eerste plaats naar schuldigen en strafbare feiten, wél naar de lering die je er als sector uit kunt trekken. De Onderzoeksraad doet ook regelmatig tussentijdse aanbevelingen.’

Maar in een onderzoek naar de fosfine-zaak ziet de Onderzoeksraad helaas niets. ‘Uiterst merkwaardig’, volgens Van der Meulen. ‘Voor de binnenvaart als sector is de fosfine-zaak minstens zo belangrijk als de verschrikkelijke rampen in Volendam en Enschede.’ Hij roept de binnenvaartorganisaties en havenbedrijven op alsnog bij de Onderzoeksraad aan de bel te trekken, zoals destijds ook is gedaan bij de stukgevaren stuw van Grave, waar Rijkswaterstaat het intern dacht te klaren.

Ook volgens Fluitsma is de fosfine-zaak meer dan zomaar een incident: ‘Negentien jaar geleden werden er al schepen met te veel gif in de lading stilgelegd en kwam het tot Kamervragen. Dit is niet een toevallig iets. Doe daar wat mee!’ Zij noemt het ‘heel verrassend’ dat de Onderzoeksraad dit geen onderzoek waard vindt.

Hiaten

Gevraagd hoe veilig of onveilig gassing met fosfine is, zegt Vlaming Verwerft: ‘Het is niet zo dat er geregeld slachtoffers bij vallen. Nederland is een goede leerling van de klas op het gebied van veiligheid, inspectie en reglementering. De gassingen die worden uitgevoerd zijn zeer strikt, de veiligheid is gegarandeerd. Hier gaat het om een zeeschip dat in het buitenland begast is. Het protocol van Amsterdam is aan de kant van het zeeschip zeer duidelijk, ook de stappen voor overslag in duwbakken en silo’s zijn denk ik duidelijk en veilig. Misschien moet er eens gekeken worden naar de overslag van gegaste lading in een motorschip, waar mensen 24 uur per dag op leven. Ik denk dat daar een paar hiaten in zitten die weggewerkt kunnen worden.’

Verwerft noemt het vanzelfsprekend dat elk binnenvaartschip, dat lading overneemt uit een gegast zeeschip, ook eerst gasvrij gemeten wordt als het geladen is. ‘Een deskundige moet de lading van het schip veilig verklaren. De schipper zelf moet gewoon van A naar B vervoeren en een veilige lading krijgen. Als zo’n meetmoment nog niet in het protocol zit, denk ik dat dit wel op z’n plaats is.’

Fluitsma zou blij zijn met zo’n extra meetmoment en een certificaat voor de schipper. ‘Tot nu toe komt de schipper helemaal niet voor in het protocol. Alleen zijn schip, als middel om in over te slaan. Wij vinden het niet meer dan normaal dat ook schippers die lading overslaan uit een gegast zeeschip, wéten dat het gegast is geweest met een certificaat waarop staat hoeveel er op het binnenschip nog gemeten is. Als ze dat bij de Fox hadden geweten, was er niet in eerste instantie gedacht aan buikgriep of koolmonoxide en was er ook in het ziekenhuis veel eerder op de juiste wijze gereageerd.’

Protocol

Ernstig vindt de ASV-woordvoerder het dat schippers nu dagen met zo’n giftige lading kunnen rondvaren, terwijl de haven een gasvrij certificaat heeft, maar de schipper van niets weet. ‘Pas het protocol aan, zodat je voor schippers net zo zorgzaam bent als voor arbeiders aan de wal. En controleer of het protocol wordt uitgevoerd zoals het er staat’, roept Fluitsma op.

Bij dat laatste heeft ze intussen haar twijfels. ‘Een zeeschip wordt op één meter diepte gemeten binnen de waarden van het protocol. Wij weten allemaal hoe diep een zeeschip is, en de waarden van het protocol moeten dan ook nog eens overeenkomen met wat we in dit land normaal en veilig vinden. Wat ik daarvan lees, stelt mij niet bepaald gerust.’

Fosfine als pillen in de lading, zoals de ‘Smarta’ kennelijk gegast was in de Oekraïne, is volgens gasdokter Verwerft een normale manier van werken, die wereldwijd wordt toegepast. ‘Je kan die pillen ook in sleeves of sokken steken, die je dan bij het lossen van de lading eraf kunt halen. Dat ventileert sneller, zonder gevaar dat je opnieuw gas opbouwt.

Bij fosfine in pillen die nog niet zijn uitgewerkt bij de overslag in een binnenschip, neem je die mee. Dan kan je extra gasopbouw krijgen op het binnenschip. Dat is een wezenlijk gevaar. Het is geen speciale manier, maar je moet wel als gasdokter goed inschatten waar die lading naartoe gaat, naar een duwbak, een silo of naar een motorschip.’

Eigen initiatief

Kan de schipper fosfine meten op eigen initiatief? ‘Niet als oplossing, hooguit voor erbij’, stelt Fluitsma. ‘We willen in ieder geval geen situatie waarin de schipper eindverantwoordelijk wordt en dus schuldig als er bij een meting iets misgaat. Maar geeft het je een gevoel van veiligheid, dus aanvullend, dan is dat natuurlijk prima.’ Wat haar betreft blijft de verantwoordelijkheid bij de verlader. ‘Die moet zorgen dat wij een goed product krijgen wat veilig is.’

Verwerft is het met Fluitsma eens: ‘Ik denk niet dat de verantwoordelijkheid bij de schipper moet liggen, hij moet gewoon een product krijgen waar hij veilig mee kan varen.’ Maar voor erbij vindt Verwerft een handmeetapparaat wel aan te raden. Hij heeft er één meegebracht en laat zien hoe eenvoudig het kan, fosfine meten met een gevoel van veiligheid voor een paar honderd tot duizend euro. ‘Het is relatief eenvoudig. Een fabrikant of gasdokter kan je met een beperkte opleiding leren meten.’