De Alle hens aan dek-ogen zijn momenteel in het bijzonder gericht op het LOKET, een school voor beroepsonderwijs in Zwijndrecht. Een stuk of tien derdejaars leerlingen, in de leeftijd van veertien of vijftien jaar, gaan daar aan het einde van dit lopende schooljaar meedoen aan de activiteit ‘Leven en werken aan boord’. Een week lang zullen ze stage lopen op een schip.

‘Ze krijgen corvee, gaan misschien voor het eerst zelf koken en zullen vast wel even achter het roer mogen staan. Als de zon een beetje meewerkt, zal het voelen als een vakantie’, zegt Van Weert. De bedoeling is dat de tieners de smaak zo te pakken krijgen, dat ze na de zomervakantie in hun examenjaar meedoen aan de gloednieuwe Maritieme Leergang van de Zwijndrechtse vmbo-opleiding.

Diploma

In dat afsluitende jaar maken de leerlingen in de schoolbanken nader kennis met de binnenvaart via de vakken ‘verbrandingsmotoren’, ‘maritieme en mechanische installaties’ en ‘scheepstypes’. Ook gaan de leerlingen mogelijk nog twee keer een week het water op. ‘Daar hebben we gesprekken over, het zou prachtig zijn als dat lukt.’ Wanneer ze hun diploma eenmaal op zak hebben, zijn de leerlingen beter voorbereid op een maritieme vakopleiding in het mbo, zo is de bedoeling. ‘De leergang kwalificeert niet, maar moet wel enthousiasmeren.’

De genoemde keuzevakken horen op het LOKET bij twee zogenoemde ‘profielen’ die leerlingen op de Zwijndrechtse opleiding kunnen volgen: ‘Mobiliteit & Transport’ en ‘Produceren, Installeren & Energie (PIE)’. De combinatie van vaste profielen en variabele keuzevakken werd door de overheid in 2016 landelijk ingevoerd om het aanbod van opleidingen in het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) te vereenvoudigen, en opent volgens Van Weert nu mogelijkheden die voorheen ondenkbaar waren.

‘Zwijndrecht, hoofdstad van de Nederlandse binnenvaart, had tot nu toe geen nautisch onderwijs. En voor de meeste ouders is het emotioneel een te grote stap om hun kinderen naar een opleiding in Rotterdam te laten gaan. Maar nu kunnen jongeren uit deze regio die interesse hebben voor het water eindelijk in hun eigen Zwijndrecht terecht.’

25 vmbo-opleidingen

Van Weert heeft zich ten doel gesteld dat de Maritieme Leergang binnen vijf jaar wordt aangeboden op 25 vmbo-opleidingen door het hele land. ‘Tot nu toe was maritiem onderwijs vooral weggelegd voor jongeren die in de buurt van de kust wonen, straks zal het bij iedereen wel ergens in de buurt te vinden zijn. Als je er van uit gaat dat elke opleiding straks tien jongeren stimuleert om voor de binnenvaart te kiezen, betekent dat op termijn een aanwas van 250 mensen per jaar. Extra instroom voor de bestaande maritieme opleidingen in Rotterdam, Vlissingen, IJmuiden en Harlingen.’

In de Nederlandse binnenvaart werken volgens het Centraal Bureau voor Statistiek 8225 mensen (cijfer uit 2018), kapitein-eigenaren niet meegerekend. Het Alle hens aan dek-programma is in het leven geroepen omdat het veel moeite kost dat personeelsbestand op peil te houden.

‘En in deze sector geldt: als je te weinig mensen hebt, mag je überhaupt het water niet op. Er worden tegenwoordig daarom veel uitzendkrachten ingezet, ook mensen uit Roemenië, Polen, Letland en de Filippijnen. Maar de sector kijkt met bezorgdheid naar de lange termijn. Schippers gaan straks met pensioen, en het ligt dan niet voor de hand om je schip te verkopen aan een uitzendkracht. Om de continuïteit van de binnenvaart te waarborgen, zullen de opvolgers uit de Nederlandse samenleving moeten komen.’

Vluchtelingen

En dat kunnen dan jongeren zijn, maar ook bijvoorbeeld vluchtelingen die in Nederland een nieuw leven opbouwen, of zij-instromers. ‘Er is nauwelijks enige leeftijdsbelemmering. Tot pakweg je vijftigste kan je nog de switch maken. Met de sociale dienst, werkgeversservicepunten en het UWV hebben we goede contacten om het praktijkexamen matroos bij mensen aan te bevelen. Mensen met organisatorische ervaring kunnen bovendien in aanmerking komen voor functies als schipper en kapitein. Formeel begin je als matroos, maar er zijn goede doorgroeimogelijkheden.’

Alle inspanningen bij elkaar moeten de instroom van mensen in de binnenvaart binnen pakweg vijf jaar verdubbelen, zo luidt de ambitie. Anderzijds wil Van Weert de úitstroom binnen diezelfde termijn juist halveren. ‘Tot nu toe vindt er in het opleidingstraject behoorlijk wat uitval plaats. Een leerling die dacht dat het leuk zou zijn om op een tankschip te werken en in de praktijk al snel denkt ‘pff, dit is het toch niet helemaal’, heeft nu maar twee keuzes: met tegenzin blijven óf weggaan.

We willen een collectief merk invoeren, te vergelijken met het merk ‘Bouwmensen’ van de bouwopleidingen.

Daardoor raakt de sector jonge mensen kwijt en dat is zonde. We willen daarom een collectief merk invoeren, te vergelijken met het merk ‘Bouwmensen’ van de bouwopleidingen. Dan kunnen we tussen de leerlingen en de bedrijven een bedrijfsschool zetten die ervoor zorgt dat er met de leer-werkplekken meer gerouleerd kan worden. Daardoor krijgen we meer mensen op de juiste plek en is de kans groter dat jonge mensen voor de sector behouden blijven.’

Hoewel de binnenvaartsector het personeelstekort in het ‘Alle hens aan dek’-programma heeft betiteld als een groot en urgent probleem, is er volgens Van Weert geen paniek. ‘Het programma heeft een agenda tot 2030. Als we nu het vliegwiel op gang kunnen brengen, moet het goed komen.’

Teleurstellingsmodus

Om alle plannen door te zetten, is volgens Van Weert een budget van twee ton nodig. Voor de helft van dat bedrag zijn tot nu toe toezeggingen binnen. Dat toegezegde geld komt voornamelijk uit de zogenoemde NN-gelden, een potje waarin de binnenvaartsector jaren geleden terugontvangen verzekeringspremies heeft gestort. Voor de andere benodigde ton is Van Weert nog volop in gesprek met potentiële sponsors.

Het feit dat binnenvaartbedrijven, die al jaren hun zorgen over personeelstekorten uiten, nog niet massaal en gulhartig de portemonnee hebben getrokken om het bedrag bij elkaar te lappen, is volgens Van Weert niet frustrerend. ‘Nee hoor, ik zit niet in de teleurstellingsmodus. We zijn pas enkele maanden bezig. Ik ben een optimist, we gaan die bedrijven vinden.’