Dat blijkt uit berekeningen van het onderzoeksbureau Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB). Kleinere vaartuigen, vooral actief in de binnenlandse en de noord-zuidvaart, krijgen te maken met een relatief grotere kostenstijging. Hier spelen de personeels- en vaartuiglasten een grotere rol.

Vrijwel alle kosten gestegen

In het afgelopen jaar namen de kosten in de binnenvaart over de hele linie toe, van 1,9% in 2018 tot 2,7% in 2019. In het bouwstoffenvervoer bedroeg de kostenstijging 2,6% (2,4% in 2018). Vrijwel alle kostencomponenten zaten vorig jaar in de lift, met name de verzekeringsuitgaven, maar ook de kosten voor bemanning, reparatie en onderhoud.

De brandstofkosten matigden de totale stijging; ze gingen met 2,0% omhoog. Kapitaalintensieve schepen die veel vaaruren maken, profiteerden hiervan, omdat brandstof voor zulke schepen een verhoudingsgewijs hoog aandeel heeft in de kostenstructuur. Een kleiner schip dat kortere afstanden aflegt, had van de gematigde brandstofprijs juist veel minder profijt.

Daling brandstofprijzen

Dat beeld zet dit jaar door, voorspelt Panteia. Voor de hele bedrijfstak wordt een ‘stabiele’ kostenontwikkeling voorzien, van -2,9% tot +1,4%. Opnieuw zijn kapitaalintensieve schepen met veel vaaruren in het voordeel. De onderzoekers houden rekening met een brandstofprijsdaling van 7%.

Voor vervoer over kortere afstanden zijn de arbeidskosten veelal bepalend, en die gaan flink omhoog. Ze stijgen in de binnenvaart al jaren door het grote bemanningstekort.