De Duitse regering heeft het advies van de ‘Kohlekommission’ over de uitfasering van steenkool als brandstof voor energiecentrales in afgezwakte vorm overgenomen. Nog steeds is er het plan om stroom tegen 2038 niet meer met kolen op te wekken, maar de eerste jaren zal de energiesector er niet meteen heel veel van merken.

Dit tot ergernis van onder meer de milieubeweging. Ook de binnenvaart houdt, om andere redenen, grote bezwaren tegen het nu gepubliceerde plan. Dat voorziet wel in een schadevergoeding voor de energiesector zelf, maar niet voor transporteurs, die maar moeten zien dat ze tijdig andere markten kunnen aanboren.

Bruinkoolwinning

Het wetsontwerp ‘Kohleausstieg’ is nu voorgelegd aan de deelstaten en aan het maatschappelijk middenveld. Het is gebaseerd op de aanbevelingen van de Kolencommissie, een soort ‘polderverband’ dat een jaar geleden advies uitbracht.

Zeker is dat het met de bruinkoolwinning in Duitsland zelf over enkele jaren gedaan moet zijn. De bondsregering trekt hiervoor miljarden euro uit om mijnbouwers tegemoet te komen en een vervroegde pensionering van de bij de winning betrokken werknemers te bekostigen.

Tegelijk echter wordt geen grote haast gemaakt met de sluiting van kolencentrales. Zo komt er vooreerst nog een centrale bij, die van Datteln 4, wat enkele leden van de Kohlekommission (voluit: Commissie voor Groei, Herstructurering en Werkgelegenheid, KWSB) meteen felle kritiek ontlokte. Die spreken van woordbreuk. Het in hun commissie bereikte compromis wordt volgens hen ‘duidelijk en zeer eenzijdig’ genegeerd.

Centrales deels dicht

De feitelijke uitfasering moet in de visie van Berlijn gaan plaatsvinden in de jaren 2028 en 2029 en het finale jaar 2038. De komende paar jaar komt het wel tot sluiting van enkele delen van centrales. Eind dit jaar gaat Weisweiler E in Noordrijn-Westfalen dicht, twee jaar later in dezelfde deelstaat gevolgd door delen van de centrales in Niederaußem, Neurath en Frechen/Wartenberg.

In het oosten van Duitsland worden gedeelten van de centrale Jänschwalde in 2025 en 2027 op een laag pitje gezet; ze worden alleen nog gebruikt bij onvoorziene grote stroombehoefte. De laatste bruin- en steenkoolcentrales moeten in 2038 dichtgaan. Daarover moeten besluiten worden genomen in 2022, 2026, 2029 en 2032, op grond van de dan bereikte inzichten.

Niet alleen van maatschappelijke organisaties, maar ook in de Duitse politiek bestaat weerstand tegen de plannen. De oppositie gaat het allemaal niet snel genoeg. Minister van financiën Olav Scholz mag deze week vragen beantwoorden van onder meer de Groenen. Die partij wil weten hoeveel miljard euro nu precies aan compensatie voor de energiesector wordt uitgetrokken en waarom het de belastingbetaler is die ervoor opdraait.

‘Tientallen jaren lang heeft de kolenindustrie met de verstoring van het klimaat en de vervuiling van grote natuurlandschappen grote winsten behaald en hoge staatssubsidies geïncasseerd’, zegt Sven-Christian Kindler, lid van de financiële commissie in de Bondsdag.

Schadevergoeding

Scholz heeft in een voorlopige schatting laten weten dat de schadevergoedingen zullen oplopen tot 4,35 miljard euro. Volgens Kindler kan de staat centrales stilleggen zonder daarvoor ook maar één cent compensatie te betalen. Dat zou blijken uit een rapport van de wetenschappelijke dienst van de Bondsdag.

Een ander geluid laat de energiesector zelf horen. Volgens de VKU, het verbond van stadsverwarmers, vertraagt het wetsontwerp de overschakeling van kolen op gas. De sector verkeert in onzekerheid over de hoogte van de compensatie, zegt directeur Michael Wübbels van deze organisatie. Deze hekelt het feit dat compensaties slechts tot eind 2026 zullen gelden.

Het Bundesverband der deutschen Binnenschifffahrt (BDB) wijst op het belang van het steenkooltransport over de Duitse binnenwateren. Het gaat jaarlijks om ongeveer 35 miljoen ton. Vooral de centrales in het Ruhrgebied zijn in sterke mate van de binnenvaart afhankelijk voor de aanvoer van kolen.

Deze aanvoer bedraagt over het Weser-Datteln-kanaal jaarlijks meer dan vijf miljoen ton; hetzelfde geldt voor de aanvoer over het Datteln-Hamm-kanaal en het kanaal tussen Dortmund en de Ems.

De binnenvaart raakt deze lading binnen twintig jaar kwijt. Tijdens de uitfasering, die tussen 2022 en 2038 zal plaatsvinden, zal het volgens het BDB heel moeilijk worden om voor de binnenvaart nieuwe markten te vinden en alternatieve lading te acquireren.

Toejuichen

Martin Staats, voorzitter van de Duitse binnenvaartkoepel, juicht het ‘principieel’ toe dat de bondsregering de transitie naar een niet op kolen gebaseerde energieopwekking wil begeleiden met een sociaal plan voor alle getroffenen.

‘Daarbij is er klaarblijkelijk ook de bereidheid om met aanzienlijke financiële middelen compensaties aan te bieden, om de scherpe kantjes van de transitie af te vijlen.’ Maar, zegt Staats, het is ‘de regering kennelijk ontgaan in welke mate de binnenscheepvaart en de binnenhavens door het afstappen van kolen voor de energievoorziening zullen worden getroffen’.

Wel de industrie, maar niet de binnenvaart wordt immers gecompenseerd. Volgens Staats wordt hier een transport- en logistieke markt ‘vernietigd’ zonder dat over de bedrijfsmatige en economische gevolgen is nagedacht.

Kortom, ook de binnenvaart en de daarin werkzame mensen maken aanspraak op een deel van de miljarden die Berlijn voor schadevergoedingen denkt uit te trekken. Staats denkt dat de schade voor de binnenvaart de komende jaren zeker in de honderden miljoenen euro zal lopen.

Kolen zijn nog de kurk waarop Duitsland drijft

De Duitse afhankelijkheid van kolen is nauwelijks te overschatten. Kolencentrales zijn in dit land nu nog voor 40% benodigd voor de energievoorziening, niet alleen voor huishoudens, maar bijvoorbeeld ook voor de staalindustrie en veel andere delen van de economie. Duitsland is koploper in de wereldwijde winning van bruinkool en haalt een groot deel van de steenkool uit het buitenland, onder meer via de grote zeehavens in de Benelux.

Het land heeft zich van kolen nog meer afhankelijk gemaakt door de eerder al ingezette uitfasering van kernenergie. Die moet in 2022 volledig zijn verdwenen. Toch heeft kernenergie nooit een grote rol gespeeld in de Duitse energievoorziening.

De vergelijking met Frankrijk is treffend. Dat land haalt driekwart van alle stroom uit kerncentrales. Zouden de Fransen hun kerncentrales eruit halen, dan zouden ze vrijwel niet meer in hun energiebehoefte kunnen voorzien.

Voor Duitsland ligt dat anders, omdat een sterk toenemend deel van de Duitse energieopwekking al komt uit duurzame bronnen als windenergie. Het Duitse doel is dat tweederde van de in 2030 te verbruiken energie wordt gehaald uit duurzame bronnen.

Met de uitfasering van kolen heeft Duitsland haast. De Kohlekommission heeft voorgesteld al in 2022 met kolen 12,5 gigawatt minder stroom op te wekken. De bruinkoolcentrales hebben daarin een aandeel van 3,2 gigawatt. Dat tempo zal niet geheel worden gehaald op grond van het nu bekendgemaakte kolenreductieplan van Berlijn, maar tegen 2038 moet de stroomopwekking uit kolen wel tot vrijwel nul zijn teruggebracht.