Het aandeel van deze vlag in de totale parade van schepen is tussen 1991 en 2018, gerekend naar het vervoerde gewicht, op de Duitse binnenwateren gestegen van 42,8 naar 56,7%. In die kwart eeuw daalde het aandeel van de Duitse vlag juist van 45,5 naar 31%. Rekenen we naar de vervoersprestatie in tonkilometers dan nam het aandeel van de Nederlandse vlag toe van 41,1 tot 54,9%, terwijl het zwart-rood-gele dundoek terugviel van 44,4 naar 30,1%.

Also, klarer Sieg für die Niederländern?

Over de opbrengst per eenheid vervoerde lading of per reis laat het BAG zich niet uit. Maar de cijfers spreken boekdelen en doen ook vermoeden dat Europese investeerders graag in Nederlandse scheepsruimte investeren. De dienst in Keulen wijst onder meer op het ‘thuisvoordeel’ van Nederland, met een wijdvertakt en dicht eigen rivieren- en kanalennet dat verbindingen onderhoudt tussen de grote zeehavens Rotterdam, Antwerpen en Amsterdam en het ruime Europese achterland. Op dat eigen vaarwegennet maken Nederlands-gevlagde schepen de dienst uit, met een marktaandeel dat tussen 2007 en 2017 nog steeg van 73,8% naar 75%.

Over de Nederlandse vaarwegen werden, steeds meer ook in het binnenlands vervoer, in 2018 bijna 360 miljoen ton aan goederen getransporteerd, meer dan in elke andere Europese lidstaat ook. Die bevorderlijke situatie zal Nederland nog heel lang behouden, zegt het BAG. Zelfs al zou de concentratie in de Europese binnenvaart, waarin Duitse ondernemingen nog steeds een stevige rol spelen, de komende jaren doorzetten. Reders kiezen niet alleen voor een vlag die drie bepaalde kleurtjes – rood-wit-blauw, zwart-rood-geel, zwart-geel-rood – vertoont.

Het BAG stort in zijn jongste marktanalyse weer een berg van cijfers over ons uit.

Nou, het Bundesamt für Güterverkehr (BAG), dat deze cijfers verzamelde, heeft wel een paar aantekeningen. De Duitse vlag zag het marktaandeel vooral slinken in de laatste jaren van de vorige eeuw, maar toont in deze eeuw in sommige sectoren een zeker herstel. Dat geldt bijvoorbeeld voor de tankvaart van minerale olie- en van chemische producten. Daarbij: wat versta je onder vlag, en boven wiens lading wappert die?

In de West-Europese binnenvaart heeft zich wel een clustering van grotere bedrijven voorgedaan, ten gunste van het rood-wit-blauw, maar dat betekent niet dat er zich grote verschuivingen in ladingsoorten hebben voorgedaan. Het is ook weer waar dat de containervaart met vooral in Nederland geregistreerde schepen een zeer sterke groei liet zien. In dit marktsegment van de drogeladingvaart is de Nederlandse binnenvaart zonder meer de dominante partij.

In de tankvaart zien we een omgekeerd beeld?

Dat doet deze dienst in Keulen altijd, pietjes-precies als ze zijn. Toch heeft het BAG maar 55 A-viertjes nodig voor een messcherpe analyse voor wat er in de afgelopen zevenentwintig jaar is gebeurd. De Duitse vlag heeft in die periode vooral terrein verloren aan de Nederlanders en, in mindere mate, de Belgen in de drogeladingvaart, en dan vooral het containervervoer. Op Duitse vaarwegen, ook eerst en vooral weer op de Rijn, steeg het Nederlandse vlagaandeel bij de containers van 68,9% in 2002 tot 75% in 2018. De Duitse vlag sukkelde van 19,2 naar 16%.

Dit had met drie factoren te maken: de opkomst van de containerbinnenvaart als zodanig en het groeiende belang daarin van de ARA-havens, de vorming van internationale rederijen die voor een groot deel van het vervoer voor de Nederlandse vlag kozen, al werden ze bijvoorbeeld voor een aanzienlijk gedeelte gesteund door Duits kapitaal, en de schaalvergroting in het containersegment die zeker in Nederland financieel zowel door banken als de overheid werd gesteund. Dus de ‘zeggingskracht van de kleur van de vlag van een binnenschip verliest daarbij in beginsel aan betekenis’, concludeert het BAG.

Opvallend hoge marktaandelen in Duitsland zien we voor de Nederlandse vloot ook bij kolen, ruwe olie en aardgas.

Enigszins wel. In de jaren 2002-2014 was er een daling van het marktaandeel van ‘Duitse’ schepen van 48,3 naar 39,5%. Dat had te maken met de versnelde investeringen in veiliger dubbelwandige schepen, op verzoek vooral van de grote oliemaatschappijen en de chemische industrie. Het Nederlandse aandeel nam in die periode fors toe. De laatste jaren zien we dat deze tendens naar dubbelwandigheid ook in Duitsland is aangeslagen.

In 2018 voeren alle tankschepen in Duitsland voor 43,3% onder Duitse vlag. Dat aandeel was weer bijna even hoog als het Nederlandse, dat 45,4% bedroeg. De inhaalslag voorziet het BAG van nog wat cijfers. Sinds begin dit jaar moet de tankvaart in Duitsland alleen nog van dubbelwandig materieel gebruik maken als er milieu- en gezondheidsbedreigende producten worden getransporteerd. Daarop vooruitlopend is sinds begin deze eeuw flink geïnvesteerd. Er kwamen relatief veel nieuwe schepen bij, die nog veel meer gezamenlijke capaciteit in de markt zetten. De Duitse tankervloot had in 2004 nog een gemiddelde leeftijd van 32,5 jaar. Dat was in 2017 nog maar 23,7 jaar.

In welk vervoer, naar herkomst en bestemming gemeten, zit de Duitse vloot aan de top?

Ja, maar dat is niet verwonderlijk: een groot deel daarvan wordt immers via Rotterdam naar Duitsland overgebracht. Het Nederlandse marktaandeel in Duitsland nam tussen 2011 en 2018 toe van 60% naar 64%. Het Duitse daalde juist met anderhalf procentpunt naar 27,5%. Het Belgische aandeel schommelde in die jaren rond de 7%. Andere nationaliteiten spelen amper een rol. Ook in de ertsaanvoer naar bijvoorbeeld de Duitse staalindustrie heeft Nederland een aandeel van 60%.

Al met al doet de Nederlandse binnenvaart het voortreffelijk, zou de hoofdconclusie kunnen zijn.

Alleen in het binnenlands vervoer, dus geen ex- en import en geen doorvoer, behalen schepen met de Duitse vlag nog een meerderheid. Dat schommelde de laatste jaren rondom de 68%. Maar dat puur binnenlands transport is, met 52 miljoen ton, slechts ongeveer een kwart van de totale ruim 200 miljoen ton goederen die in een normaal jaar over de binnenwateren door Duitsland worden getransporteerd. In alle andere stromen (export, import, doorvoer) voert Nederland de boventoon. In de doorvoer speelt België, met een marktaandeel van ongeveer 20%, nog een leuk potje mee. In het algehele beeld spelen Zwitserland, Polen en Frankrijk geen rol van betekenis.