De samenwerkingsovereenkomst voor HEAT.Lab werd woensdag 6 november ondertekend door (vlnr) Marc Meijer (Da Vinci College), Sander Roosjen (Koedood) en Prof. Sascha Kersten (Universiteit Twente).

Daarnaast wordt gewerkt aan de (door)ontwikkeling en het testen van andere duurzame technieken. Met het opzetten van dit eerste waterstof-fieldlab in de Drechtsteden voor de binnenvaart, willen de bedrijven de sector op weg helpen naar volledig emissieloos transport over het water.

Onzekerheden

In de ontwikkeling van duurzame technologieën zijn nog de nodige onzekerheden. Om toch het benodigde tempo te kunnen behouden, vinden de partners het van groot belang om de ontwikkelingen direct te kunnen toetsen aan de werkelijkheid. Daarvoor is het fieldlab bedoeld, zegt Sander Roosjen, R&D-manager van Koedood Marine Group.

‘De innovatieve waterstofoplossingen die straks voortkomen uit het Heat.Lab, zijn direct inzetbaar op bestaande schepen. Er bestaan nu al waterstof-applicaties aan boord van schepen, vooral kleine schepen zoals rondvaartboten. Dit zijn dan aangepaste waterstofsystemen uit trucks en bussen. Wij willen waterstofsystemen leveren die echt ontwikkeld zijn voor de binnenvaart. Dit betekent onder meer dat de bestaande concepten minimaal met een vermogensfactor 10 moeten worden opgeschaald.’

‘We combineren onze eigen kennis en ervaring in nieuwe schone technologieën en werken nauw samen met kennisinstellingen en het onderwijs’, zegt ‘waterstofambassadeur’ Martin van Dijk van Koedood Marine Group. Universiteit Twente, het ROC Da Vinci College en de Duurzaamheidsfabriek zijn strategische partners in het Heat.Lab.

Sleutelrol

Waterstof is in opkomst. Deze brandstof kan een sleutelrol vervullen in de energietransitie, waarbij rigoureuze veranderingen nodig zijn om de klimaatdoelstellingen te halen terwijl de energievraag in de economie toeneemt. Om over tien jaar 30% minder broeikasgassen uit te stoten, is het nodig dat emissieloze technieken zo snel mogelijk beschikbaar komen voor de maritieme markt.

De Ruyter en Koedood zijn beide leverancier van scheepsmotoren. ‘We zien duidelijk een groeiende vraag naar elektrisch varen en varen op waterstof. Met het oog op de steeds strengere uitstooteisen willen we onze klanten kunnen bedienen met emissieloze voortstuwingstechnologie. Het Heat.Lab gaat daarbij zorgen voor de nodige versnelling’, aldus Cor de Ruiter, directeur van De Ruyter Dieseltechniek.

Waterstof vergroot de actieradius van een elektrisch varend schip. Om vermogenswisselingen op te vangen, is nog wel een accupakket nodig, maar dat hoeft niet zo groot te zijn als bij een batterij-elektrisch binnenschip.