PVV-Kamerlid Roy van Aalst constateerde in zijn motie dat ‘de kleine binnenvaart op het punt staat om te vallen’. Cijfers van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) maken de snelle krimp van de vloot kleine schepen duidelijk. Intussen spreken verladers hun zorgen uit over het wegvallen van de kleine binnenvaart.

‘Nederland kan niet zonder kleine binnenvaart’, vindt Van Aalst. Daarom verzocht hij de regering ‘voor 31 december 2019 stappen te zetten die ervoor zorgen dat het beroep van schipper in de kleine binnenvaart niet verdwijnt’. Met die opdracht aan minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in.

Omgekeerde modal shift

SP-Kamerlid Cem Laçin maakt zich zorgen over ‘een omgekeerde modal shift door het verdwijnen van de kleine binnenvaart’. Daarmee doelt hij op het scenario dat bepaalde ladingstromen in de toekomst niet meer door binnenschepen kunnen worden vervoerd en daarom via de vrachtwagen zijn bestemming bereikt. Uit milieu-overwegingen is dit volgens hem onwenselijk.

Deze modal shift zal volgens hem nog erger worden als de Nederlandse vloot per 1 januari 2020 wordt geconfronteerd met een set eisen waar schepen met een bouwjaar van voor 1976 aan moeten voldoen. Aangezien TNO al concludeerde dat bijna geen enkel schip van voor 1976 aan die (geluids)eisen kan voldoen, ziet Laçin de kleine binnenvaartvloot bedreigd in haar voortbestaan.

In zijn motie, die door de Tweede Kamer in meerderheid werd gesteund, verzoekt hij de regering ‘voor 1 januari 2020 een werkbare hardheidsclausule in te stellen waarmee de diversiteit van de binnenvaartvloot behouden blijft en de kleine binnenvaart kan blijven bestaan’.