Twee zogenoemde spitsen, het kleinste type binnenschip dat nog voor vrachtvervoer wordt gebruikt, laadden vorige week in Goor aan het Twentekanaal houten panelen voor de spiegeltent in, om ze deze week af te leveren in de binnenstad van Parijs aan het Canal de l’Ourcq. Zo kunnen de materialen rechtstreeks naar de bouwplaats, zonder dat er natransport nodig is.

De schepen, de ‘Anti-lope’ en ‘Optimist’, zijn beide aangesloten bij de Europese Logistieke Vervoerderscoöperatie. Dat is een samenwerkingsverband van Belgische, Duitse, Franse en Nederlandse binnenvaart-ondernemingen met ongeveer honderd spitsen en verwante types. Die grijpt het transport aan om de kleine schepen eens flink in het zonnetje te zetten en spreekt van ‘het slimme alternatief voor vervoer over de weg, aangezien zij het transport over de haarvaten van de vaarwegen vrijwel van deur‐tot‐deur kunnen uitvoeren’.

Freycinet

Overigens is Parijs als bestemming bepaald niet toevallig voor een spits. De lengte van 38 of 39 meter en breedte van om en nabij de 5 meter van dit scheepstype zijn rechtstreeks afgeleid van de sluiskolken die eind negentiende eeuw in Frankrijk werden gebouwd. Die moesten minimaal 5,20 meter breed en veertig meter lang zijn, bepaalde de toenmalige minister van Charles de Freycinet in 1879, die het later maar liefst vier keer tot premier zou schoppen.

Zijn naam leeft voort in de sluizen uit die tijd, want die worden nog altijd Freycinet-sluizen genoemd. Dat heeft er dan weer toe geleid dat een spits in het Frans meestal ook een freycinet wordt genoemd. Overigens heeft de staatsman ook een enorme impuls gegeven aan het spoorvervoer met een naar hem genoemd plan, dat leidde tot de aanleg van maar liefst 8.700 kilometer aan spoorwegen. Met recht een multimodalist avant la lettre dus.