Vrijwel alle politieke partijen wezen de minister er op dat bestaande kleine schepen in rap tempo verdwijnen omdat ze niet aan de technische eisen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) kunnen voldoen en vroegen de minister actie te ondernemen.

Contract

‘Ik heb gedaan wat ik kon doen’, legde de minister de maritieme woordvoerders van de politieke partijen uit. ‘In de motie Van Aalst/Laçin van mei 2018 werd me gevraagd om kleine binnenvaartschepen (maximaal 86 meter/1500 ton) naar voorbeeld van Duitsland te vrijwaren van CCR-regels. Maar ik kan dat niet.’

‘Ik kon toen geen bewijs vinden dat die schepen in Duitsland niet aan de CCR-regels hoefden te voldoen en vroeg de binnenvaart mij aanvullende informatie te leveren. Vanuit de sector kreeg ik 1 concreet voorbeeld, maar dat was niet uitgewerkt en daar kon ik niets mee.’

‘Ook ik maak me net als de meerderheid van de Kamer zorgen over de omgekeerde modal shift die momenteel plaatsvindt. Er verdwijnen kleine schepen en het werk gaat naar vrachtwagens, ik deel de zorgen daarover met de Kamer.’

Daarnaast heb ik de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ook 29 schepen laten controleren, waaronder 15 Duitse, en er werd geen verschil in keuringen geconstateerd. Kortom, ik heb onvoldoende in handen om de motie uit te werken.’

Hardheidsclausule

Enkele toezeggingen wilde de minister wel doen. ‘Als een individueel bedrijf een beroep wil doen op de hardheidsclausule om onder bepaalde eisen uit te komen, wil ik daarbij helpen. Ik weet dat het een moeilijke procedure is en er is ook nog nooit een beroep op gedaan. Maar we kunnen het proberen, misschien leidt dat tot iets.’ Verder zegde ze toe dat bij eventuele nieuwe eisen aan binnenvaartschepen in de toekomst er voortaan een impactanalyse komt.

Een verdere versoepeling van technische eisen zit er niet in, omdat daarvoor geen draagvlak is bij de andere lidstaten van de CCR. ‘Ik wil alle muizengaatjes onderzoeken’ zei Van Nieuwenhuizen, ‘en ik sta open voor alle mogelijkheden, het is geen onwil, maar ik heb onvoldoende in handen om er wat mee te kunnen.’

PVV-kamerlid Van Aalst vroeg de minister naar haar relatie met de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV). Die is goed volgens de minister. ‘Ik ben altijd bereid tot een goed gesprek en wil me daar tot het uiterste voor inzetten.’

Green Deal

Van Nieuwenhuizen gaat er van uit dat er voor 12 juni, haar verjaardag, een Green Deal voor de binnenvaart ligt, hoewel Kamerleden hun zorg uitspraken over de haalbaarheid van de deal, omdat er te weinig geld beschikbaar is voor het subsidiëren van schone scheepsmotoren. De afspraken over verduurzaming en digitalisering van de sector, die er eind vorig jaar al zouden komen, liepen vertraging op.

‘We naderen elkaar’, is nu de indruk van de minister. ‘Ik heb goede hoop dat de deals er komen. We proberen samen op te trekken en ik wil alle betrokkenen ook alvast bedanken voor inzet en betrokkenheid. En ja, als ik een grote zak geld had zou ik meer kunnen, maar die zak heb ik niet. Het moet voor iedereen wel haalbaar en betaalbaar zijn, dat is het uitgangspunt, we proberen een reële balans te vinden in wat je kunt vragen. Ik hoop dat we er uit komen.’

Veel hoop en geloof

CDA-kamerlid Von Martels vond dat het wel heel veel over hoop en geloof ging. ‘Ik hoor uit het veld dat die Green Deal nog ver weg is. Is er bij een no deal ook een scenario?’ Van Nieuwenhuizen gaf daarop aan dat als de deal niet zou lukken, ze terug bij de Tweede Kamer komt om te kijken hoe het wel kan lukken. ‘Misschien met extra geld, want het grote pijnpunt is geld, ik denk dat we het wel eens zijn over waar we naar toe willen.’

Kamerlid Van Kooten van de Partij voor de Dieren wees de minister erop dat de kleine binnenvaart ook die zak geld niet heeft. Volgens de minister kan van een klein schip ook geen enorme investering worden gevraagd.

Varend ontgassen

Het Nederlands verbod op varend ontgassen wordt eind dit jaar geratificeerd en treedt een half jaar later, dus midden 2020, in werking. ‘Ik hoor dat veel partijen willen dat het verbod er eerder komt, maar dat gaat niet’, zegt de minister.

‘We zijn gebonden aan internationale afspraken. Duitsland ratificeert later en zo lang ze dat nog niet hebben gedaan, kan het verbod niet van kracht worden, dat is de wet. Ik heb er bij de Duitse collega’s wel op aangedrongen dat ze zo snel mogelijk moeten tekenen, ik zit er bovenop.’

Er komt volgens de minister wel alvast onderzoek naar handhaving van het toekomstige verbod. ‘We willen aan de slag met drones en e-noses om te kijken of we overtredingen kunnen meten.’ Er zijn nog niet voldoende ontgassingsinstallaties, maar daar wordt aan gewerkt volgens de minister. Ook moeten er extra kegelligplaatsen komen, ook bij sluizen. Daarover geeft de minister volgende maand meer uitsluitsel.

De items over beheer en onderhoud van vaarwegen die op de agenda stonden, worden doorgeschoven naar het overleg van dinsdag 4 juni.