De komende jaren vindt onderzoek plaats om te kijken of de veronderstelde effecten ook optreden. Naar verwachting zijn in 2022 de resultaten bekend. Het storten van het grind heeft vrijwel geen impact op het scheepvaartverkeer.

In 2016 heeft Rijkswaterstaat voor het eerst aan de diepe buitenbocht van de Boven-Rijn (kilometerraai 863,6-862) bij het Gelderse Tolkamer een laag grind van gemiddeld 0,3 meter gestort. De komende maanden wordt op deze plek nog zo’n zeventigduizend kubieke meter grind toegevoegd. In totaal komt er op deze locatie een 0,8 tot 1,2 meter dikke laag grind te liggen, die in de loop van de tijd meegevoerd gaat worden naar de benedenstroomse delen van de rivier.

Weinig hinder scheepvaart

Volgens Rijkswaterstaat gaat het scheepvaartverkeer weinig hinder ondervinden van de werkzaamheden. Het storten doen de klapschepen al varende. De aangebrachte laag grind heeft verder geen invloed op de scheepvaart, omdat het wordt toegevoegd aan de diepe delen van de buitenbocht.

De laag ligt nog onder het niveau waarop Rijkswaterstaat gaat baggeren. Daarnaast wordt de diepte van de vaargeul constant in de gaten gehouden. Mocht er een ongewenste ondiepte ontstaan, dan wordt die binnen 24 uur verwijderd.

Ervaringen in Duitsland

Bijzonder aan dit proefproject, is dat Rijkswaterstaat samenwerkt met de Duitse zusterorganisatie Wasser- und Schifffahrtsamt Duisburg-Rhein én dat de suppleties worden uitgevoerd op het Duitse grondgebied (de grens loopt hier over het midden van de rivier).

De Duitsers hebben al sinds de jaren ’80 ervaring met toevoegen van sediment aan de rivierbodem. De Duitse ervaringen zijn echter niet direct te vertalen naar Nederland. De rivierbodem in Duitsland is namelijk veel grover en harder en daardoor minder dynamisch dan in Nederland. Het grind dat in Nederland wordt gestort, is dan ook fijner dan in Duitsland.

Bodemdaling

Bodemdaling is mede het gevolg van menselijk ingrijpen in de rivier. Door het verleggen en kanaliseren van rivieren, de zand- en grindwinning en bodemerosie in combinatie met te weinig aanvoer van zand en grind zijn rivierbodems gaan dalen.

De rivierbodem daalt niet gelijkmatig. Er kunnen diepe, smalle geulen ontstaan in de buitenbocht en ondiepe plekken in de binnenbocht. Daarnaast zijn op sommige delen van rivieren de bodems verhard. Daar kan de bodem dus niet uitslijten en dalen.

Vooral bij laagwater levert dat op sommige plekken problemen op voor de bevaarbaarheid. De vaardiepte op de ondiepe delen wordt aanzienlijk verminderd. Schippers kunnen daardoor minder lading meenemen en de transportkosten stijgen.

Rijkswaterstaat maakte een video over de werkzaamheden: