Welke vraagstukken gaat het lab beantwoorden?
Het doel van het lab is om op openbare waterwegen, zoals de Schie, experimenten uit te voeren. We hebben een vloot van twintig schepen. Daarvan kunnen er nu drie zelfstandig als groep rondvaren. We gaan ons richten op interactie met andere schepen en infrastructuur.

Waarom is dat belangrijk?
Als een schip veilig moet zijn en nergens tegen aan mag varen, kan het zijn dat hij langzamer gaat varen als hij een obstakel ziet en er heel voorzichtig omheen gaat manoeuvreren. Als een ander autonoom schip diezelfde strategie heeft, levert dat geen capaciteitswinst op maar zelfs een capaciteitsverlies. Dat willen we natuurlijk niet.

Communiceren de schepen met elkaar? Of kunnen ze alles op eigen houtje beslissen?
Dat is wel het uitgangspunt. De titel van mijn intredingsrede was ook ‘What if ships could talk?’. Schepen moeten onderling gaan afstemmen wie waar wanneer vaart, zodat ze vlak langs elkaar kunnen varen en zo snel mogelijk op hun bestemming aankomen. Dat is een onderhandelingsproces. De vraag is met welk protocol ze dat gesprek ingaan. Is er een bepaalde prioritering? Of zijn er ook schepen die überhaupt niet meedoen aan dat gesprek? Je zou kunnen zeggen dat de havenautoriteit de protocollen en prioriteiten vaststelt in haar gebied. Dan zou bijvoorbeeld de doorstroom op de waterwegen leidend kunnen zijn. Of de urgentie van de goederen die ze transporteren, bijvoorbeeld als een container heel snel bij een andere terminal moet zijn.

Hoe gaat het lab hierbij helpen?
We doen onderzoek en testen oplossingen in de praktijk. We deden op de TU al kleine tests binnen in tanks. Door de opening van dit lab kunnen we de stap naar de buitenwereld maken. Daar heb je onverwachte omstandigheden, zoals wind, golfslag, regen en andere onvoorspelbare verstoringen.

Onderdeel van het project is dat de provincie Zuid-Holland zorgt voor passende wetgeving. Welke wijzigingen zijn er precies nodig?
We hebben een ontheffing, zodat we tests kunnen doen. Normaal moet er bijvoorbeeld verplicht een schipper op een boot zitten. Een mens moet vaak nog contact opnemen met een centrale voor het passeren bij bruggen en sluizen. Dat is in protocollen en regels vastgelegd en moet veranderen.

Hoe ga je om met een calamiteit? Bijvoorbeeld als het schip ergens tegenaan vaart?
Er zal wellicht een mogelijkheid komen waarbij een mens op afstand de besturing kan overnemen om een aanvaring te voorkomen. Of dat een havenautoriteit de mogelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat een schip gestopt wordt. Een schip kan volledig autonoom zijn waarbij het zich niets aantrekt van mensen. Of je zou een remote controller kunnen hebben waarbij de kapitein in een kantoor op de kade zit en via een virtual reality-bril het schip bestuurt, net zoals hij op het schip zou zijn. Of je zou de mens een rol kunnen geven waarbij hij als supervisor naar een heel gebied kijkt met allerlei autonome systemen en kan ingrijpen wanneer het nodig is. Autonoom hoeft niet onafhankelijk te betekenen.

Welke soorten schepen komen als eerste in aanmerking voor autonoom varen?
In ons lab hebben we schaalmodellen van bestaande schepen. Ze zijn zo’n 1,20 meter lang. Ook ontwikkelen we nieuwe typen schepen om te kijken of de vorm van een schip verandert als het autonoom wordt. Dan heb je bijvoorbeeld geen ruimte meer nodig voor slaapcabines of een brug met stuurwiel. Qua toepassingen denken we in eerste instantie aan een ferry tussen twee punten in een rivier waar geen brug is, die fietsers en voetgangers overzet. Of een containertoepassing binnen een havengebied.

Hoe komen de innovaties die bereikt worden in de markt terecht?
Het onderzoek wordt samen met overheden en industrie vormgegeven. Wetenschappelijk onderzoek wordt hierbij zoveel mogelijk ‘open access’ beschikbaar gesteld. Vervolgens kunnen marktpartijen dit gebruiken bij hun eigen projecten.

Wat is het einddoel?
We doen dit om het transport over water te verbeteren. Het moet duurzamer en efficiënter. Maar transport over water is slechts één van de modaliteiten. Uiteindelijk moeten we naar transport als geheel kijken, dus dat gaat eveneens over weg- en spoorvervoer. We nemen het intermodale transportnetwerk ook mee, bijvoorbeeld in de afstemming tussen containerterminals in de haven en het achterland. Want hoe meer schepen over het water, hoe minder files op de weg.