Daaruit blijkt onder meer dat bestuurlijke boetes in andere sectoren gemiddeld twee tot drie keer zo hoog zijn als in de binnenvaart. Toch is Van Nieuwenhuizen bereid de boetes voor schipper-eigenaren te halveren. Dat geldt niet voor schepen die bijvoorbeeld voor een rederij varen.

Bezwaar

Daarnaast wordt de periode dat schippers via een zogenoemde zienswijze bezwaar kunnen maken tegen een opgelegde boete verlengd van twee tot vier weken. De huidige termijn blijkt volgens de minister in de praktijk vaak te kort. Verdere verlenging acht ze ongewenst, ‘omdat dit afbreuk zou doen aan de lik-op-stuk-werking van de bestuurlijke boete’.

Van Nieuwenhuizen gaat verder bekijken of het aantal van maar liefst tien organisaties dat toezicht op de sector houdt, omlaag kan. Dat is volgens haar een ‘lastige opgave’ en daarom heeft ze nog zeker een half jaar nodig alvorens concrete plannen te kunnen melden. Duidelijk is wel dat de eigen dienst van het ministerie, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), daarin de centrale rol blijft spelen.

Enquete

De Tweede Kamer had gevraagd om een onderzoek na signalen uit de binnenvaartsector dat het boetebeleid uit de pas zou lopen en dat de uitvoering van het toezicht onder de maat zou zijn. Ruim vijfhonderd binnenvaartschippers en meer dan negentig toezichthouders zijn via een enquête bevraagd. Het onderzoek spitste zich toe op de hoogte van de boetes, op de werkwijze in het toezicht en op de beleving ervan in de binnenvaartsector.