De schipper die eind vorig jaar met zijn binnenvaartschip vol benzeen tegen de stuw bij het Gelderse Heumen botste, krijgt wat justitie betreft een boete van 1400 euro.


Het Openbaar Ministerie heeft de man uit Slowakije een transactievoorstel gedaan. Als hij daarmee instemt, is de zaak afgedaan.

Het OM vindt dat de schipper de binnenvaartregels heeft overtreden door zijn aankomst bij de sluis niet aan te kondigen via de marifoon. ‘Dit had hij op grond van goed zeemanschap moeten doen.’ Maar het was ook erg mistig en volgens het OM is er geen sprake geweest van ontploffingsgevaar. Ook andere schepen liepen geen risico’s, aangezien die er niet waren.

Het scheepvaartverkeer op de Maas kwam door de aanvaring wekenlang plat te liggen. Bedrijven leden voor miljoenen euro’s schade doordat bedrijven langs dit deel van de Maas onbereikbaar werden en schepen moesten omvaren. Rijkswaterstaat bouwde een tijdelijke dam achter de stuw, waardoor het scheepvaartverkeer eind januari weer op gang kon komen.

De borden op de oever waren op de dag van de aanvaring niet te zien vanaf het schip. Om te navigeren gebruikte de schipper een elektronische kaart, maar het pijltje dat hem naar de sluis had moeten wijzen, stond verkeerd om. Het motortankschip voer niet naar rechts, waar de sluis ligt, maar naar links, ging door een lijn met balletjes heen en ramde de stuw onder de Thompsonbrug.

Na het ongeluk kregen ook overheidsinstanties kritiek, onder meer omdat inwoners aan Gelderse zijde van de Maas pas veel later werden gewaarschuwd over de aanvaring dan inwoners aan de Brabantse kant, die snel te horen hadden gekregen dat ze ramen en deuren moesten sluiten omdat het schip benzeen vervoerde. Onderzoekers van bureau Berenschot constateerden in een evaluatie dat in de eerste in de eerste uren ‘een totaalbeeld ontbrak’.