SBM Offshore heeft de financiering rond van het 720 miljoen dollar kostende Liza fpso-project, dat voorziet in de bouw en exploitatie van een drijvend olieproductieschip voor ExxonMobil.


De Schiedamse offshore-groep laat bij Keppel een bestaande supertanker verbouwen tot een floating production and storage eenheid. Die krijgt een productiecapaciteit van 120.000 vaten olie en 170.000 kubieke voet per dag.

Het gevaarte zal worden ingezet op het Liza-veld van het zogenoemde Stabroek-blok, 200 kilometer voor de kust van Guyana in 1.500 meter diep water. De verbouwing van de tanker, de Bahamaanse ‘Tina’, is vorige maand al begonnen.

Een consortium van twaalf banken neemt de projectfinanciering voor zijn rekening tegen een variabele Libor-rente met een opslag van 1,65% en een looptijd van tien jaar. SBM verwacht de volledige kredietfaciliteit nodig te hebben voor de bouw van het fabrieksschip. Het is overigens al de 35e fpso die SBM laat bouwen.

ExxonMobil gaf in juni dit jaar definitief groen licht voor het project, nadat twee jaar geleden duidelijk werd dat het Liza-veld waarschijnlijk zo’n 700 miljoen winbare vaten olie bevat. Die hebben met de huidige olieprijzen van rond de zestig dollar een marktwaarde van zo’n 42 miljard dollar, ofwel ruim zestig keer de waarde van de fpso.